Critique partners, beta lezers en proeflezers

persoon-op-bank-met-tablet-lezen

Laten we bij het begin beginnen: wie zijn deze al mensen en wanneer kom je hen tegen?

Ik zal er straks nog wat dieper op in gaan, maar al deze mensen zijn in de basis lezers. Het zijn geen lezers die je boek lezen zodra het klaar is om naar de winkels te gaan. Deze lezers helpen je tijdens het herschrijven om je verhaal te verbeteren en aan te passen, zodat jij het best mogelijke verhaal kan schrijven. Als je daar eenmaal bent beland, is dat al een applaus op zich waard. In de vorige blog heb ik al het een en ander over herschrijven uitgelegd. Natuurlijk kan je die blog teruglezen. Deze keer focus ik mij op de hulp die je tijdens dit proces kan inroepen.

Waarom heb je deze mensen nodig?

Zelf geloof ik dat je tijdens het herschrijven altijd hulp van buitenaf moet inroepen. Dat is doodeng, dat begrijp ik, maar ik denk dat je er niet onderuit als je kwaliteit neer wilt zetten. Je kan een ontzettend goede schrijver zijn, maar uiteindelijk worden we allemaal blind voor onze eigen fouten. Misschien denk jij dat een bepaalde scène volledig duidelijk is, maar denken je lezers daar heel anders over. Vergeet niet dat jij al maanden, al dan niet jaren met het idee rondloopt en dus alles weet wat er te weten valt. Je lezers weten dat niet. Ook schrijven we soms stukken die we zelf fantastisch vinden, maar die in werkelijkheid best traag gaan of juist veel te snel. 


En dat is helemaal niet erg. De eerste versie kan je het best zien als jij die het verhaal aan jezelf vertelt. Je maakt letterlijk iets uit niets en daarin maak je ongetwijfeld fouten. Dit is immers de eerste keer is dat je het verhaal volledig vertelt. Tijdens het herschrijven is dat allemaal op te lossen en zoals gezegd niet in je eentje, dus laten we eens naar de termen gaan kijken.

In de Nederlandse schrijversgemeenschap wordt voornamelijk gesproken over het gebruik van proeflezers.

In het Engels bestaat de term ook. Daar betekent het iets anders en wordt het minder vaak gebruikt. Voor nu zal ik de Nederlandse betekenis aanhouden. Eigenlijk is het idee best simpel. Je hebt een verhaal geschreven en de eerste versie is in ieder geval af. Je kan het alvast een eerste keer (of vaker) voor jezelf herschrijven en vervolgens ga je op zoek naar deze proeflezers. 


Je verzamelt wat mensen die jouw verhaal willen lezen en van feedback voorzien.

Meestal zijn dit andere schrijvers, maar het kunnen ook gewoon lezers zijn. Het kan zijn dat het zo goed werkt, dat je er vaste proeflezers aan overhoudt. Meestal is het echter een eenmalige gunst van de proeflezer en zoek je voor elk nieuw boek nieuwe proeflezers. Zelf vind ik het fijn om mijn verhaal zo goed mogelijk aan te leveren aan deze proeflezers. Dit betekent dat ik het verhaal een paar keer zelfstandig heb herschreven. Hierdoor kan ik er de meest waardevolle feedback uithalen. Dit hoeft niet, maar zo vind ik het zelf fijn.

Hoe gaat dit in zijn werk?

Proeflezers kan je overal vinden waar schrijvers zijn. Denk hierbij aan een schrijverssite als Wattpad, sommige Facebook groepen of Instagram. Geef aan dat je proeflezers zoekt, om welk verhaal het gaat en laat mensen reageren. Als je genoeg mensen hebt gevonden, maak je bijvoorbeeld een Google drive document aan waar je iedereen aan toevoegt. Je kan je verhaal ook naar individuele proeflezers mailen, overleg hierover. Als je wilt dat mensen jouw verhaal voor een bepaalde tijd lezen, geef dit dan aan vóórdat je iemand accepteert als proeflezer.

Als je de proeflezers niet kent, houd er dan rekening mee dat sommige mensen het niet afmaken. Ook kan het zijn dat ze het wel afmaken, maar dat je weinig nuttige feedback terugkrijgt. Uiteindelijk blijft het een gunst van proeflezers aan jou. Ze krijgen er niets voor terug, behalve dat ze je verhaal mogen lezen. Wees daarom ook kritisch naar de mensen die je vraagt. Zo zou het bijvoorbeeld mooi zijn als je een groep van vijf proeflezers hebt, waarvan twee of drie mensen op het hele verhaal uitgebreide feedback geven.

De volgende twee termen worden voornamelijk in het Engels veel gebruikt en trekken de groep proeflezers een beetje uit elkaar. Hierdoor krijg je specifiekere groepen. Persoonlijk vind ik dit heel prettig werken, dus ik ben benieuwd wat jullie vinden.

Critique partners zijn echt anders dan proeflezers.

Critique partners zijn áltijd andere schrijvers en weten dus een beetje hoe een verhaal in elkaar hoort te zitten. Waarbij je van proeflezers eenmalig iets vraagt, werk je met een critique partner (als het bevalt) langduriger samen. Het woord zegt het al: je bent elkaars partner. Proeflezers doen een vrijwillige actie voor jou zonder iets terug te verwachten. Je critique partner verwacht wel iets terug, namelijk dat jij feedback geeft op zijn of haar boek. En als je tevreden bent met elkaar, worden dit mogelijk meer boeken. 

Wanneer zet je een critique partner in?

Wanneer je wilt. Zo simpel is het. Proeflezers zet je pas in als je in ieder geval een hele eerste versie hebt. Critique partners kan je ook vragen als je bijvoorbeeld twijfelt over je opening. Daarnaast kan je je critique partner vragen om hetzelfde stuk meerdere keren te lezen. Omdat je elkaars partner bent, wordt er wel van je verwacht dat jij hetzelfde terugdoet. Zadel je critique partner dus niet op met heel veel werk en verwacht dat je niets terug hoeft te doen. Zo werkt het niet. Een voordeel is dat je critique partner waarschijnlijk goede feedback geeft en zijn werk echt afmaakt. Want waarom zou je anders samenwerken?

Zelf heb ik een hele fijne critique partner en ik werk meestal als volgt. Ik schrijf de eerste versie van begin tot eind en laat het even rusten. Daarna probeer ik het zelf te herschrijven tot ik het niet meer weet. Ik vraag mijn critique partner om een paar hoofdstukken te lezen en meestal krijg ik bruikbaar advies. Dit zijn vaak drie of vier hoofdstukken om mij weer op weg te helpen.

Als ik de eerste ronde heb herschreven en de grootste onzin eruit is, stuur ik haar het hele document toe en wacht ik af. Omdat mijn critique partner erg kritisch is, kan dit een paar maanden duren. Persoonlijk merk ik dat de mensen die de beste feedback geven, er vaak ook wat langer over doen (anderhalve maand of langer vaak). Voor mij is het dat waard, omdat ik er kwaliteit voor terug krijg.

Als ik het hele manuscript met feedback terug krijg, lees ik alles door en stel ik vragen over dingen die ik misschien niet begrijp. Daarna pas ik de feedback aan en stuur de hoofdstukken die heel veel zijn veranderd of waarover ik nog steeds twijfel terug voor extra feedback. Meestal zijn dit 1 of 2 hoofdstukken per keer. Dit doe ik tot we het allebei goed vinden. Je kan een critique partner zien als een hele kritische proeflezer die je meerdere keren kan vragen voor meerdere verhalen. In ruil daarvoor help je hem met zijn werk.

Wat is een goede critique partner?

Het liefst wil je iemand hebben die beter schrijft dan jij. Het is niet waarschijnlijk dat dit lukt, omdat je allebei iets aan de samenwerking moet hebben. Het is daarom belangrijk om iemand te vinden die ongeveer even goed is als jij zelf. Misschien heeft hij of zij sterke punten die jij lastig vindt of andersom. Misschien ben jij heel goed in het schrijven van actie en kan je critique partner juist geweldige eindes schrijven. Je moet elkaar aan kunnen vullen en allebei iets te geven hebben.

En tot slot zijn er nog de beta lezers.

Je zoekt deze mensen op dezelfde manier als proeflezers met als grootste verschil dat beta lezers je verhaal lezen zoals een lezer dat zou doen. Ze kijken niet met het oog van een schrijver. Beta lezers bestaan uit jouw doelpubliek. Schrijf je voor kinderen? Zoek kinderen. Schrijf je voor volwassenen? Zoek volwassenen. Schrijf je romantiek? Zoek mensen die normaal romantiek lezen. Je wilt namelijk weten wat jouw doelpubliek van jouw boek vindt. Omdat het Nederlandse begrip van proeflezers zo ontzettend breed is, kan een beta lezer ook een proeflezer zijn.

Je kan beta lezers je hele verhaal in één keer sturen, of in kleine porties van een paar hoofdstukken. Ze zullen geen dingen zien die schrijvers zien, maar voornamelijk kijken of ze het prettig vinden om te lezen. Wat je kan doen is een vragenlijst sturen zodra mensen klaar zijn met een paar hoofdstukken of het hele verhaal. Bijvoorbeeld: wat vond je van het hoofdpersonage? Was het spannend? Hoe was het tempo? Waren bepaalde personages overbodig? En nogmaals, hier in Nederland kunnen proeflezers en beta lezers hetzelfde zijn, maar het hoeft niet.

En dat is in grote lijnen waarvoor je proeflezers, critique partners en beta lezers kunt gebruiken. In Nederland wordt er niet vaak over gesproken, maar zelf ben ik echt overtuigd van het nut van critique partners. Als je een stabiele factor wilt hebben en regelmatig feedback wilt ontvangen, is dat zeker iets om te proberen. Mijn critique partner heb ik trouwens via nanowrimo gevonden, dus ze zijn overal.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan gratis onderaan deze pagina. Je ontvangt elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

Feedback geven en ontvangen

feedback-graffiti-op-muur

Eerst gaan we het hebben over het geven van feedback.

Stel je voor dat iemand jou vraagt om je eerlijke mening te geven over een verhaal, wat doe je dan?

1. Wees eerlijk.

De persoon in kwestie vraagt om jouw eerlijke mening. Zeg niet dat je het fantastisch vindt als dat niet het geval is. Feedback is namelijk een eerlijke mening en geen complimentenrondje. Aan de andere kant is het ook geen afkraak sessie. Probeer eerlijk te zijn zonder dat je alles de grond in boort of ophemelt. Daar help je namelijk niemand mee.

2. Benoem positieve en minder positieve dingen.

Ook als je een boek fantastisch vindt, zijn er meestal wel een paar dingetjes die je wat minder vindt. Meld dat ook zeker naast alle complimenten die je geeft. Je kan altijd zeggen: het is een klein dingetje, maar ik zag… Ook kleine dingetjes kunnen namelijk verbeterd worden. Dat is uiteindelijk juist beter voor het complete manuscript.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Als iemand jouw eerlijke mening vraagt over een verhaal dat je echt heel erg slecht vindt, meld ook positieve dingen. Feedback heeft als bedoeling om iemand te helpen en niet om iemands droom de grond in te trappen. Op school noemden ze altijd de sandwichmethode. Begin met iets positiefs, geef dan verbeterpunten en eindig weer positief. Er zijn altijd positieve dingen te vinden, ook al zijn ze klein.

3. Denk na over het nut van je feedback.

Als een verhaal qua structuur niet goed in elkaar zit, heeft het weinig zin om een dt fout te gaan verbeteren. Als het advies is om de hele paragraaf compleet te verwijderen of aan te passen, wat maken die kleine fouten dan uit? Je kan in dit geval beter in een algemene opmerking zeggen dat je af en toe een dt foutje ziet. De schrijver kan daar uiteindelijk ook nog eens naar kijken als de structuur beter is.

Om hier geldt het omgekeerde weer. Als het manuscript zo goed als af is en je ziet een spelfout, zeker melden. In dit geval ben je al stappen verder en hoeven er geen hele hoofdstukken meer te verdwijnen of bij te komen.

4. Ken jezelf.

Als je een bepaald genre niet leuk vindt, ben je eerder geneigd om vooroordelen te hebben. Communiceer dit. Als iemand mij bijvoorbeeld zou vragen of ik feedback wil geven op een romantisch verhaal, is de kans groot dat ik niet heel positief ga zijn. Waarom? Romantiek is gewoon niet mijn ding. Op zich is het niet erg, maar ik ben niet het beoogde publiek. Als je toch feedback wilt geven, zeg dat de schrijver het met een korreltje zout kan nemen. Het kan namelijk ook positief zijn dat je een andere of meer kritische blik hebt. Meld het zodat de schrijver het voor zichzelf kan bepalen.

Het kan ook zijn dat een bepaald concept je niet ligt, hoewel het genre wel je ding is. Als de schrijver een liefdesdriehoek heeft geschreven en jij haat liefdesdriehoeken, kan je aangeven waarom deze specifieke liefdesdriehoek jou niet trekt. Let erop dat je dit wel onderbouwt. Tegelijkertijd kan je benoemen dat liefdesdriehoeken in het algemeen niet jouw ding zijn, waardoor de schrijver jouw feedback op een goede manier kan afwegen.

5. Feedback is meer dan een mening.

Niets is zo erg als te horen krijgen: “dit hoofdstuk was slecht”. Vervolgens houdt het commentaar daar op. Dat is geen feedback en het helpt ook zeker niet. Feedback bestaat uit meer dan dat. Waarom vond je het slecht? Was het personage niet goed uitgewerkt? Was er te weinig of juist teveel beschrijving? Zat het taalkundig niet goed in elkaar? Voelde je de sfeer niet? Kortom, geef zoveel mogelijk gedetailleerde informatie. Hoe meer details je geeft, hoe groter de kans is dat de ander er daadwerkelijk iets mee kan.

Probeer ook tips te geven voor verbetering. Bijvoorbeeld: ‘In dit hoofdstuk vond ik de personages wat flets overkomen omdat ze weinig emoties hadden. Als er wat meer dialoog toegevoegd zou worden, denk ik dat het al meer tot leven komt. Je kan ook kijken naar show vs. tell.‘ Je bent specifiek in waar volgens jou het probleem ligt. Namelijk dat de emoties van personages niet goed naar voren komen. Daarnaast geef je suggesties voor een oplossing. Je kan bijvoorbeeld ook verwijzen naar een blogpost of filmpje dat het onderwerp uitlegt. Dit is zeker nuttig als de schrijver het principe misschien niet kent.

En dan nu… Het ontvangen van feedback.

Feedback ontvangen kan net zo vervelend zijn als feedback geven. Het moet toch gebeuren als je wilt verbeteren. Stel dat je feedback krijgt omdat je daarnaar hebt gevraagd (of niet), wat doe je dan?

1. Luister naar de feedback of lees het aandachtig door.

Probeer de persoon niet te onderbreken als de feedback persoonlijk wordt gegeven. Als het geschreven feedback is, lees eerst alle feedback door voor je bedenkt waarom iets wel of niet klopt. Adem in en adem uit. Laat de feedback bezinken voor je een reactie geeft op de feedbackgever of voordat je er wel of niet iets mee besluit te doen.

2. Bedenk of je klaar bent voor feedback.

Eigenlijk moet je hier al over nadenken voor je daadwerkelijk feedback vraagt. Ben je bereid om je verhaal aan te passen? Ben je bereid om dingen te horen die je misschien liever niet wilt horen? Is het antwoord nee, misschien moet je dan geen feedback vragen. Misschien ben je er nog niet klaar voor. Vraag alleen feedback als je echt open staat om alles met een eerlijke blik te overwegen.

3. Vraag feedback aan de juiste mensen.

Feedback en complimenten zijn twee hele verschillende dingen. Als je een steuntje in de rug nodig hebt of wat zekerheid, vraag het dan zeker aan je beste vriend of aan je ouders. Wil je opbouwende feedback? Misschien kan je beter iemand anders zoeken. Feedback is niet bedoeld om je volledig af te branden, het is ook niet bedoeld om je de hemel in te prijzen. Het is een mogelijkheid om een beeld te vormen over waar je goed in bent en waar je misschien nog wat minder goed in bent. En je ouders of je beste vriend… De kans is groot dat zij niet al te hard zullen zijn.

4. Alle feedback is waardevol.

Soms krijg je feedback en denk je: wat moet ik hiermee? Voordat je de feedback afwijst, vraag eerst aan degene die de feedback heeft gegeven wat hij of zij er precies mee bedoelde. Waarom zegt hij dit? Ik kan de keren niet tellen dat ik feedback heb gehad die in eerste instantie niet nuttig leek. Nadat we het er samen over hadden gehad, bleek dat de feedback anders bedoeld was dan dat ik het had gelezen. Vraag het altijd na voor je besluit iets af te wijzen. Dat gezegd hebbende, soms zeggen mensen iets wat helemaal geen feedback is. Bijvoorbeeld: ‘Dit hoofdstuk was stom.’ Hier geven ze vervolgens geen uitleg bij. In dat geval kan je het beter negeren, want wat kan je hiermee?

5. Als je iets niet wilt horen, betekent het niet dat het slechte feedback is.

Een voorbeeldje uit mijn eigen schrijven: Op een gegeven moment kreeg ik de feedback van mijn critique partner dat mijn hele laatste hoofdstuk de grootste bullshit ooit was. Het was traag, er gebeurde niets interessants, het leek gehaast en het voegde niets toe aan het verhaal. Ze was erg specifiek en gaf precies aan waar het volgens haar mis ging. Het was alles behalve leuk. Er was volgens haar welgeteld één zin die wel oké was.

Ja, ik ben in een hoekje gaan zitten en heb gehuild. Dat is niet wat ik wilde horen. Ze had mij wel het hele manuscript helpen te verbeteren, dus ik zette het niet aan de kant, maar las het (nadat ik uitgehuild was) opnieuw. En toen ik mijzelf over mijn emotie heen zette, zag ik haar punt. Het was inderdaad niet goed genoeg. Ik heb gezwoegd en geploeterd en het is nu zooooveel beter dan dat het was. Ik ben haar achteraf juist dankbaar. Ik moet er nu niet aan denken dat die eerste versie was blijven staan. De beste feedback is vaak niet leuk om te horen, maar je hebt het nodig als echt wilt verbeteren. Dus nogmaals, probeer ook open te staan voor de dingen die je niet leuk vindt om te horen.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina. Je ontvangt dan elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

De slechterik

mafiabaas-met-pistool-en-sigaret-slechterik-antagonist

Het eerste en naar mijn idee belangrijkste om over na te denken bij een schurk is de motivatie.

Je slechterik is slecht omdat… hij slecht wil zijn? Sorry, maar dat geloof ik niet. Niemand is ‘gewoon’ slecht. Mensen hebben eigen wensen, motivaties, redenen. Wat is de reden dat jouw slechterik doet wat hij doet? Is het begonnen als een manier om mensen te helpen en is dit compleet verkeerd uitgepakt? Heeft hij een trauma opgelopen dat hij koste wat kost recht wil zetten? Is hij beïnvloed door andere personen? Wil hij macht? Geld? Aanzien? Dat zijn zomaar een paar voorbeelden die je slechterik tot zijn of haar daden kunnen zetten.

Ik zal als voorbeeld het boek gebruiken dat ik heb gelezen, Show Stopper. Als je absoluut geen enkele spoiler wilt, moet je deze alinea even overslaan. Silvio is een van de slechteriken in het verhaal. Hij is een man met een moeder uit de hoge klasse en een vader uit de lage klasse. Zijn ouders zijn allebei dood en hij wil koste wat kost bij de hoge klasse horen. Helaas voor hem ziet iedereen hem als uitschot vanwege zijn vader. Wat doet hij om dit te compenseren? Hij vermoordt allemaal mensen uit de lage klasse in de hoop dat mensen uit de hoge klasse hem gaan accepteren. Hij is duidelijk slecht, want hij vermoordt veel mensen. Ik ben het absoluut niet met hem eens, maar ik kan wel begrijpen waarom hij het doet. Hij is niet slecht omdat hij nu eenmaal slecht is, maar omdat hij iets wil bereiken. Hoewel hij het probeert te doen op de meest walgelijke manier mogelijk, heeft hij er op zijn minst een reden voor.

Kortom, zorg ervoor dat je slechterik geen 1-dimensionaal figuur is.

Geef hem een achtergrond en beweegredenen. Zeker als de hoofdpersoon direct de confrontatie aangaat met de slechterik is het een vrij belangrijk personage in het boek. Je slechterik moet dus iets meer inhoud hebben dan “hij is slecht”. Hij moet eruit zien en voelen als een levend persoon met eigen wensen, ideeën en meningen. Dit houdt in dat hij meer doet dan enkel slecht zijn.

Het tweede punt dat ik aan wil kaarten is eigenlijk meer een vraag. Wat is slecht?

Over sommige dingen kunnen we het eens zijn. Als je slechterik overgaat tot babymoord is dat een heel groot voorteken dat hij een verschrikkelijke persoonlijkheid heeft. Dat is oké, want hij is de slechterik. Het kan ook anders zijn. Wat nu als de hoofdpersoon de wereld wil redden door magie terug te brengen op aarde? Tegelijkertijd wil de slechterik ook de wereld redden. Hij ziet echter vooral alle problemen die magie veroorzaakt en wil de magische steen juist vernietigen. Wat maakt de slechterik dan precies slecht? (oke, we houden allemaal van magie, maar laat dat even achterwege) Ben ik slecht als ik zeg dat ik tegen vlees eten ben en jij bent juist voor of andersom? Of hebben wij gewoon een andere mening over wat goed is? 

Een slechterik is een slechterik omdat zijn ideeën, normen en waarden botsen met die van het hoofdpersonage.

Als lezer word je voornamelijk meegetrokken in de denkwereld van dat hoofdpersonage en ben je dus snel geneigd om de slechterik gruwelijk te vinden omdat de hoofdpersoon dat vindt. Het geeft wel hele interessante mogelijkheden om een grijs gebied te verkennen. Wat maakt iemand nu goed of slecht? De denkbeelden van de slechterik kunnen de hoofdpersoon aan het denken zetten over zijn eigen wereld en mening of andersom. Ze kunnen naar elkaar toe groeien of elkaar juist nog meer gaan haten. Dit is zeker geen verplichting voor een goede slechterik. Het zorgt er wel voor dat je eens na kan denken waarom je slechterik precies slecht is.

Het punt dat hier automatisch uit voortvloeit is dat je slechterik tot inkeer kan komen.

In sommige verhalen kan het voorkomen dat de slechterik of de hoofdpersoon zich uiteindelijk bedenkt en besluit om een ander pad te volgen. Persoonlijk vind ik dit een super interessante mogelijkheid. Het biedt veel kansen voor de ontwikkeling van een personage. Er is alleen een punt waarop de mogelijkheid hiertoe stopt en waar sommige schrijvers niet stoppen. Stel dat je slechterik steden heeft platgebrand, volkeren heeft uitgemoord en mensen in slavernij heeft gebracht. Op het eind van het verhaal besluit je slechterik eindelijk dat hij fout zat en komt hij tot inkeer. Allemaal goed en wel, maar dat punt zijn we dan denk ik voorbij.

Het geeft mij altijd een beetje het gevoel van de nazi’s. “Nee, het was niet mijn schuld dat ik duizenden mensen heb vermoord. Ik werd onder druk gezet.” Allemaal leuk en aardig, maar volgens mij was het toch echt jouw hand die het machinegeweer bediende en waren het toch echt jouw handen die de lijken in het massagraf gooiden. Natuurlijk kunnen mensen tot inkeer komen, super! Dat is alleen echt geen reden om die massamoord te vergeven en vredig samen verder te leven. Laat je slechterik alsjeblieft niet zomaar wegkomen met al zijn terreurdaden. In de gevangenis kan hij dan fijn nog veeeeel meer spijt krijgen.

Nu moet ik zeggen dat het natuurlijk wel zo kan zijn dat je slechterik ontsnapt. De politie zit bijvoorbeeld achter hem aan en hij weet net uit hun vingers te glippen. Dat kan een heel interessant einde zijn dat tot het laatste moment voor spanning zorgt. Hier is alleen geen sprake van vergeving en vredig samenleven na alle moorden en martelingen die je slechterik heeft veroorzaakt. Dat zijn twee dingen om heel goed uit elkaar te houden.

De slechterik hoeft niet altijd een persoon te zijn.

Het kan ook een idee zijn of een hele regering. Het kan zelfs zo zijn dat de slechterik of antagonist in je hoofdpersoon verborgen zit. Hij of zij kan een duistere kant hebben of bijvoorbeeld een trauma dat hem of haar tegenwerkt. In deze gevallen kan je het anoniemer houden om de dreiging te vergroten. Je hoofdpersonage moet geen gevecht aangaan met een persoon, maar met een idee, een heel land of met zichzelf. Je kan spanning opbouwen door je lezers niet al te bekend te maken met je slechterik. Wie is bijvoorbeeld diegene die het hele land opzet tegen je hoofdpersoon? Ik blijf van mening dat je als schrijver wel alles moet weten over je slechterik, al is het alleen zodat je jezelf niet tegenspreekt. Je lezer (deels) in het onbekende laten kan best heel goed voor meer spanning zorgen. Het is net voor welk effect je gaat. Er is geen goed of fout.

Zorg er verder voor dat je slechterik daadwerkelijk angstaanjagend is.

Dit kan je bereiken door het het personage zelf, bijvoorbeeld doordat hij absoluut geen geweld schuwt. Het kan ook komen door anderen, bijvoorbeeld doordat hij een heel leger tot zijn beschikking heeft. Hoe dan ook, je hoofdpersoon moet bang voor hem zijn en die angst moet gegrond zijn. We moeten kunnen zien hoe slecht je slechterik is, tot wat hij in staat is zodat hij een echte dreiging vormt. Als de slechterik bij de eerste tegenslag huilend op de grond gaat liggen… tja, dat is niet bepaald een angstaanjagende slechterik.

Ook als jij als schrijver de lezer vertelt dat hij echt gevaarlijk is, wil ik daar graag bewijs voor zien. Heeft hij een baby vermoord? Is hij zijn leger aan het klaarmaken? Simpelweg zeggen “hij is gevaarlijk” is net zoiets als zeggen “hij is slecht” wat niet echt effectief is. Als je slechterik één kind heeft vermoord en je hoofdpersonage heeft tien superkrachten… ja, dan vraag ik mij niet af of je hoofdpersoon het gaat redden en ik geloof ook niet dat hij echt bang is. Natuurlijk gaat de hoofdpersoon winnen. Ik geloof wel dat de slechterik een verschrikkelijk persoon is, maar er is op deze manier weinig spanning. Dus maak die slechterik echt krachtig. En nogmaals, deze kracht hoeft dus niet enkel vanuit de slechterik zelf te komen. Misschien maakt hij gebruik van propaganda, kan hij mensen manipuleren, heeft hij een leger. Kortom, hij moet iets hebben waardoor hij in het voordeel is.

Het kan zijn dat je slechterik erg complex is en dat je wilt dat je lezer de slechterik begrijpt, waardoor hij niet enkel angstaanjagend is.

Het kan zijn dat je hoofdpersoon vooral zichzelf moet bewijzen en er niet echt een duidelijke slechterik is. Dit kan bijvoorbeeld doordat je hoofdpersoon met zichzelf in de knoop zit om wat voor reden dan ook. In die gevallen is dit wat minder recht door zee. In dit geval is er sprake van een bepaalde nuance, die ook in je boek te lezen zal zijn. Dit is niet verkeerd, ik vind dit altijd juist heel erg interessant. De obstakels die je hoofdpersoon in dit geval moet overwinnen, moeten wel zo groot zijn dat het voor de lezer niet zeker is dat hij deze kan overwinnen.

Kortom, je slechterik hoeft niet altijd de typische slechterik te zijn.

Je hoofdpersonage kan ook tegengewerkt worden door omstandigheden of ideeën in plaats van een persoon. Je slechterik kan goede bedoelingen hebben gehad waardoor je hoofdpersoon en de slechterik in het boek heen naar elkaar toegroeien. Sommige boeken hebben soms zelfs helemaal geen echte duidelijke slechterik. En nogmaals, dat is echt goed. Dat kan juist heel interessant zijn. Het is dan des te belangrijker om jouw slechterik door en door te kennen als schrijver. Probeer in ieder geval verder te denken dan het stereotype en maak jouw slechterik tot een uniek karakter, of het nu een persoon is of niet.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina. Je ontvangt dan elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

Interessante personages

twee-vrouwen-onder-blad-in-regen

Er zijn tegenwoordig veel mensen die zeggen dat je moet schrijven wat je wilt schrijven, maar het is soms praktischer om te schrijven wat je wilt lézen, zeker in dit geval.

Nu vraag je je misschien af of dat niet hetzelfde is. Er zit een belangrijk verschil in, wat vaak het meest naar voren komt in personages.

Soms (niet altijd) willen mensen wish fulfillment schrijven. Dit houdt in dat je je eigen dromen weerspiegelt in het boek dat je schrijft. In de praktijk leidt dit vaak tot het perfecte personage. Knap, gespierd, slim, aardig enzovoort. Dat kan leuk zijn om te schrijven, aangezien je al je dagdromen erin kwijt kan. Is het ook leuk om te lézen? In de meeste gevallen, nee. Sorry.

Als ik lees over een sexy alfaman die spontaan verliefd wordt op het meest schuchtere meisje dat er bestaat, krijg ik de neiging om het boek op de grond te gooien, er op te springen en het daarna ritueel te verbranden.

Oke, dit was lichtelijk overdreven, maar het brengt het punt wel over. Het punt dat ik wil maken is dat ik niet over perfecte mensen wil lezen. Want weet je, mensen zijn niet perfect en ik kan mij niet inleven in iemand die werkelijk niets met mij gemeen heeft.

En nu zeg jij misschien: maar Britt, ze is misschien wel ontzettend knap, slim, aardig en charmant, maar ze heeft het zelf niet door. Ze is zo nederig. Ik heb nieuws voor je, dat is niet nederig. Dat is dom. En het maakt mij zelfs nog chagrijniger op je personage. Ik kon die mensen al niet uitstaan op de middelbare school en ik kan ze net zomin uitstaan in een boek. Ze zijn perfect en hebben alles wat hun hartje begeert. Daarnaast proberen ze bij iedereen complimenten uit te lokken door te verkondigen hoe lelijk ze wel niet zijn. Alsjeblieft, geef jezelf een reality check. En waarom zeg ik dit? Omdat deze personages echt overal zijn.

Je hoofdpersoon gaat op een missie om de wereld te redden en iedereen gelooft dat hij die ene special snowflake is die alle kwaadaardige monsters kan verslaan.

We zijn op pagina 1, mensen. Ik kan niet meeleven met een personage als ik nu al weet dat alles hem toch wel gaat lukken. Ik kan ook niet meeleven met een personage dat zo perfect is dat alles hem of haar met twee vingers in de neus lukt. Zonder moeilijkheden vliegt hij het plot door en hij blijft exact dezelfde perfecte eikel als aan het begin van het boek. En daarbij, je personage wordt er niet per se bijzonderder door. Je monsters en obstakels lijken vooral erg zwak.

Ik wil moeilijkheden zien, verlies, pijn, mislukking en een hoofdpersoon die ondanks alle tegenslagen doorzet en zichzelf verbetert naarmate het boek vordert. Ik wil iemand hebben die zichzelf ontdekt, die groeit en die zichzelf ontwikkelt. En dan bedoel ik niet door middel van een vriendje of superkrachten, maar door middel van doorzettingsvermogen en wilskracht. Dat zorgt ervoor dat ik ga juichen voor een hoofdpersonage.

Niet iedereen gaat juichen voor hetzelfde personage, maar ik denk dat iedereen graag een personage wil zien waarmee we onszelf kunnen identificeren.

En laten we eerlijk zijn, bar weinig mensen identificeren zichzelf met perfecte personages. Stop alsjeblieft die personages te schrijven, ik smeek het. Hoe schrijf je wel een goed en interessant personage? Daar heb ik een paar tips voor.

Zoals eerder genoemd willen mensen graag personages waarmee ze zich kunnen identificeren. En wat is de beste manier om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen zich herkennen in jouw personages?

Schrijf een diverse cast!

Natuurlijk zitten er vast een aantal hetero blanke mannen in je verhaal, maar alsjeblieft, laat dat niet je hele cast zijn. De wereld is niet zo saai als dat. Bedenk alleen al dat mannen en vrouwen allebei de helft van de populatie zijn, dus een verhaal waarin het merendeel van de personages mannelijk is of waarin alleen mannen belangrijk zijn, is niet bepaald geloofwaardig, behalve als dat het specifieke doel van je verhaal is. En dat zijn alleen nog maar de mannen en vrouwen. Mensen komen in veel meer gradaties dan dat.

Je hebt dunne mensen, dikke mensen, lange mensen, korte mensen, gespierde mensen, kale mensen of mensen met kroeshaar.

Denk ook aan de huidskleur en dan bedoel ik niet alleen zwart en wit. Er is zoveel wat daar nog tussenin zit. Aziatische mensen, native americans, mensen uit het midden-oosten en ga zo maar door. En met al deze verschillende mensen komen ook allemaal verschillende geloven en overtuigingen. Moslim, atheïst, christen, verwerk voor mijn part het vliegende spaghettimonster erin, maar wees divers. En als je een fantasy schrijft, des te beter, dan heb je de mogelijkheid om hele eigen geloofssystemen op te zetten. En ik gebruik hier bewust het meervoud, want het kan nooit zo zijn dat je hele wereld exact hetzelfde geloof aanhangt. Een land, misschien. Een wereld, absoluut niet.

En natuurlijk is er ook genderdiversiteit.

Homoseksualiteit wordt af en toe wel eens genoemd, maar er is zoveel meer dan dat. Er zijn mensen die aseksueel zijn, die transgender zijn, die genderfluid zijn, die aromantisch zijn en nog veel meer. Zelf ben ik lesbisch en aseksueel, maar er zijn bar weinig boeken die daarover gaan. Liefde draait altijd om zoenen en seks in boeken, maar besef dat er ook mensen zijn die hier niet echt iets mee hebben en die liefde heel anders zien, om maar een voorbeeld te noemen.

En natuurlijk zijn er ook mensen met problemen. Van gebroken armen tot hersenbloedingen tot mensen in een rolstoel. En dat zijn de lichamelijke aspecten. Er zijn verrassend veel mensen die leiden aan depressies, burn-outs, angststoornissen en meer.

Treed uit je eigen comfort zone en probeer andere culturen, overtuigingen, geloven en dergelijke te betrekken in je verhaal.

Natuurlijk hoef je niet elke mogelijkheid die bestaat in je verhaal te proppen, want dat zou ook onmogelijk en ook niet echt realistisch zijn. Maar een homo of een moslim of iemand met een depressie toevoegen zou je verhaal al zoveel interessanter maken. Het trekt ook veel diversere lezers aan. Natuurlijk snap ik dat het niet altijd kan. In middeleeuws Europa kan je moeilijk iemand met een Afrikaanse afkomst plaatsen en als je een fantasywereld hebt zonder technologie is het waarschijnlijk lastig om een man chirurgisch te laten veranderen in een vrouw. Dat betekent niet dat je totaal geen diversiteit in je verhaal kan verwerken. Kijk vooral wat wél werkt in jouw verhaal en zorg voor een mooie diverse lijst personages.

Wat verder soms gebeurt is dat alle aandacht naar de hoofdpersoon gaat.

Praktisch alle andere personages bestaan om die ene persoon te helpen of tegen te werken. Besef dat die personages ook een eigen leven hebben. Ze hebben wensen, behoeften, problemen, hobby’s en relaties. Personages worden zoveel levendiger als ze echt eigenheid hebben. Nu denk je misschien: Britt, mijn personages zijn echt enorm zichzelf. Dit personage is de populaire van de groep en die andere is juist heel onzeker. Oke, denk ik dan, en verder?

Eén of twee karaktereigenschappen zijn niet genoeg om een personage diepgang te geven.

Dat iemand zorgzaam is, betekent niet dat dat zijn enige karaktereigenschap kan zijn. Ik heb ook vrienden die zorgzaam zijn, daarnaast zijn ze grappig, uitbundig, slim, maar ook onzeker. Sommigen komen uit een hele strenge opvoeding, terwijl anderen juist vrij zijn opgevoed. De ene persoon is avontuurlijk, terwijl de ander liever thuis blijft. Het blijven altijd eigen personen met eigen normen, waarden en ideeën. Ook met je beste vrienden heb je wel eens ruzie of onenigheid en hoogstwaarschijnlijk heeft jouw hoofdpersoon dat ook met zijn of haar vrienden.

Kort samengevat probeer ik te zeggen dat ieder personage, hoofdpersonage of niet, zijn eigen unieke zelf is.

Net als echte mensen zijn ook personages in verhalen driedimensionale mensen die meer zijn dan een enkele eigenschap. Ze zijn allemaal anders, qua uiterlijk en qua innerlijk. Dat zorgt voor een interessant verhaal.

Hoe zorg je er nu voor dat je personages divers zijn en dat ze allemaal echt een eigen karakter hebben?

Wat goed kan werken als je er niet uit komt, is het maken van lijstjes.

Wat is de naam? Uiterlijk? Lang? Kort? Dik? Dun? Oogkleur? Blank? Getint? Gespierd? Borsten? En natuurlijk alle andere uiterlijke kenmerken. Kijk vervolgens naar overtuigingen en ideeën. Hieronder vallen geloof, seksualiteit, gender, maar ook normen en waarden. Vervolgens bepaal je belangrijke karaktereigenschappen en dat zijn er als het goed is meer dan één of twee.

Deze lijstjes dwingen je om goed over je personages na te denken en je kan er altijd op teruggrijpen als je iets even niet meer weet. Ook kan je de lijstjes aanvullen tijdens het schrijven. Is de hamster van Leila doodgegaan in hoofdstuk 5? Schrijf het op zodat ze niet in hoofdstuk 7 opeens weer met haar hamster speelt. Op deze manier blijf je consequent en vliegen je personages niet alle kanten op.

Als je nog wat diepgaander wilt kijken, adviseer ik op de MBTI persoonlijkheidstest in te vullen voor je personages.

(Als je op de tekst klikt, word je naar de test geleid)

Beeld je in dat jij je personage bent en antwoord wat zij zouden antwoorden. Op die manier kan je een nog gedetailleerder beeld krijgen over de persoonlijkheid van je personages. Mij helpt dit altijd enorm en het is daarbij een goed naslagwerk voor later in je verhaal.

Voor de een is het bedenken van personages makkelijker dan voor de ander.

Het ligt er een beetje aan of je plotgericht werkt of personagegericht. Ik werk erg personagegericht. Mijn personages bepalen en veranderen het plot in grote mate. Hun ontwikkeling staat voorop. Ook als jij meer bezig bent met het plot, is het altijd belangrijk om te zorgen dat de acties van je personages logisch zijn en dat het diepgaande mensen worden. Als je dit niet hebt, trek je je lezers moeilijker mee in het verhaal.

“Perfecte” personages moet je proberen te vermijden, aangezien ze vooral over kunnen komen als eikels die alles kunnen, alles krijgen en bij wie alles lukt. Geef je personages sterke kanten, maar ook valkuilen en obstakels. Met interessante individuele personages en een diverse cast wordt je hele verhaal gelijk een heel stuk interessanter.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over. Ken je nog mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

Schrijver moodswings

maskers-blijdschap-verdriet-moodswings

Hoe langer ik schrijf, hoe meer ik het idee krijg dat iedere schrijver moodswings kent.

Als jij twijfelt over je schrijfkunsten, vrees niet. Je bent niet alleen! We moeten hier allemaal doorheen en samen overleven we dit. Deze blog is bedoeld om je gerust te stellen en je ervan te verzekeren dat je niet gek wordt. Het is volkomen normaal om moodswings te hebben als schrijver. Dit zijn de symptomen:

1. De wens om je laptop uit het raam te gooien.

2. De neiging om alles wat je de afgelopen tijd hebt geschreven te verwijderen. (alsjeblieft, doe dat niet)

3. Onder de dekens willen kruipen en nooit meer tevoorschijn willen komen.

4. Jezelf vertellen dat je de slechtste schrijver op deze wereld bent.

5. Je afvragen hoe er zoveel poep in je word document terechtgekomen kan zijn. Een maand geleden leek het nog best redelijk.

Vertoon jij een aantal van deze of al deze symptomen? Gefeliciteerd! Je hoort nu officieel bij de club mensen die schrijver moodswings ervaren. Geloof me, je bent zeker niet alleen. Waarschijnlijk hoor je zelf bij de meerderheid van de schrijvers als je dit gevoel herkent. Waarom bestaat deze club? Waarom zijn we allemaal lid geworden? Waar is de uitgang? Hoe komen we hier weg?

Heel veel schrijvers herkennen dit gevoel, inclusief ikzelf.

Je kan dit gevoel krijgen op het moment dat je een geschreven stukje online plaatst. Misschien denk je: oké, nu komen alle negatieve reacties. Ik moet me verstoppen voor het te laat is. Ik moet het onmiddellijk offline halen voor iemand het kan zien.

Misschien herken je dit gevoel als iemand je vraagt of je verhaal goed is. Je denkt misschien: hahaha, nee natuurlijk is het niet goed. Het is een hoop onzin en het zal nooit goed genoeg zijn. Waarom stel je zo’n gemene vraag?

Elke keer als ik een blog online plaats, krijg ik weer een hartverzakking. Bij elk verhaal dat ik mij schrijf, vraag ik mij af of het wel goed genoeg is. Ik vrees soms dat het nooit goed genoeg zal zijn.

Je kan dit gevoel niet altijd van de daken schreeuwen.

Wie is er nog geïnteresseerd om je verhalen te lezen als jij blijft verkondigen hoe slecht het is? Het werkt ook niet om je werk om de paar dagen te verwijderen omdat je je er niet goed over voelt. Dan komt het nooit af. Kortom, je zit vast in een ritme van zelfvertrouwen uitstralen over iets waar je zo ontzettend onzeker over bent. Dat is niet gek of abnormaal.

Elke keer als ik zie dat iemand mijn blog leest, krijg ik een hartverzakking omdat ik mij afvraag wie ik nu helemaal ben om advies te geven.

Is mijn advies überhaupt goed? Had ik dit of dat niet anders moeten verwoorden? Elke keer als er een vraag komt, twijfel ik eeuwen over mijn antwoord omdat… Wie ben ik om advies te geven of om überhaupt te schrijven?

Elke keer stap ik over die angst heen en schrijf ik toch. Iedereen die regelmatig schrijft zet zich elke keer weer over die angst heen. En waarom? Omdat schrijven gewoon heel erg leuk is en angst áltijd een slechte raadgever is. De verhalen die we schrijven komen af en er komen positieve reacties. Het is onbeschrijflijk belangrijk om je aan die reacties vast te houden. Dat is waarvoor je het doet, omdat je andere mensen blij maakt met wat je schrijft, omdat je jezelf uiteindelijk blij maakt met wat je schrijft.

Die stem in ons achterhoofd moeten we het zwijgen opleggen.

Die stem die zegt dat alles prut is en dat je het beter op kan geven. Die stem die zegt dat je nooit een echte schrijver wordt en die stem die werkelijk álles bekritiseert. En toch… Dat is niet helemaal waar.

Want weet je, kritiek hoort erbij.

Het is stom, maar waar. Mensen zullen zeggen dat je verhaal slecht is. Mensen zullen zeggen dat dingen anders moeten. Misschien zijn het mensen op Facebook, misschien zijn het proeflezers of critique partners. Als je ooit een boek uitgeeft, krijg je ongetwijfeld een paar slechte reviews.

Ik ga nu iets heel geks zeggen. Die kritiek is niet per se slecht. Natuurlijk, die ene hater kunnen we overboord gooien, net als je eigen moodswings. Verder kan feedback nuttig zijn. Het doet pijn, maar het helpt om je verhaal naar een hoger niveau te tillen. Geloof het of niet, sommige mensen willen echt helpen.

Het is belangrijk om je eigen destructieve gedachten te scheiden van opbouwende feedback.

Willen je eigen destructieve gedachten dat je een heel hoofdstuk of een heel verhaal verwijdert? Doe het niet! Luister niet! Negeer dat! Want echt, als je een paar weken later naar hetzelfde stuk kijkt, kan het er opeens heel anders uitzien. Delete het vooral niet. Red je eigen verhaal!

Wat kan je doen om jezelf te helpen als je je heel slecht voelt over je werk?

1. Herinner jezelf eraan dat het tijdelijk is.

Er zijn ook momenten dat het een stuk beter lijkt. Misschien klinkt dat voor nu ongeloofwaardig, maar over een maand denk je heel anders. Het zijn niet voor niets moodswings. Je gevoel verandert.

2. Lees geschreven stukken níét terug.

Hele manuscripten worden vermoord op deze manier. Zelfs de mooiste stukken lijken op poep als je ze terug leest op een moment dat jij je slecht voelt over je schrijven. Herschrijven doe je niet voor niets nádat je verhaal klaar is. Geloof me, je verhaal gaat je dankbaar zijn als je het niet terugleest tijdens het schrijven. Misschien redt het zelfs zijn leven.

3. Vraag de mening van iemand anders.

Is het echt zo slecht of denk je dat alleen? Voor hetzelfde geld zegt de ander: super! Gewoon doorgaan! In dat geval weet jij dat het aan je eigen hoofd ligt. Zegt die ander dat je verhaal niet zo goed is? Dan weet je nu tenminste waar het aan ligt en kan je het verbeteren. En ook dat is niet erg, want eerste versies zijn nooit perfect.

4. Een beschreven vel papier kan je verbeteren, een leeg vel papier niet.

Kortom: blijf schrijven. Ook al denk je dat het prut is, verbeteren is altijd een optie. Om je stuk later te kunnen verbeteren, moet er wel iets staan. Het beste kan je wachten met verbeteren totdat je je iets zelfverzekerder voelt.

5. Je krijgt ongetwijfeld ook hele positieve reacties op je verhaal.

Sla die reacties ergens op, schrijf ze uit en kijk ze terug op momenten dat jij je slecht voelt. Die mensen zijn niet voor niets positief geweest over jou verhaal. Een beetje aanmoediging is soms alles wat je nodig hebt.

6. Praat erover met schrijversvrienden.

Er is een grote kans dat je schrijversvrienden je gevoel herkennen als je het hen vertelt. Zoals ik al zei, bijna elke schrijver heeft er volgens mij last van. In ieder geval de schrijvers die ik ken. Praat er samen over, vraag hoe anderen ermee omgaan, roep even heel hard dat je verhaal het slechtste is dat ooit heeft bestaan. Bij schrijversvrienden kan dat. Misschien kan je dat laatste beter niet publiekelijk doen, maar persoonlijk, via whatsapp, messenger of iets anders is het echt oké om het een keer te roepen en steun te krijgen.

7. Het allerbelangrijkste: Het is nórmaal.

Jij hebt er last van, ik heb er last van, iedereen heeft er last van. Als schrijver is het volkomen oké dat jij je zo voelt. Je wordt bekritiseerd over je schrijfwerk en iedereen heeft een mening. Dat is doodeng. Onthoud, we gaan hier allemaal doorheen en je bent niet de enige. Als schrijven makkelijk was, deed iedereen het wel, toch? Als je dit overwint ben je misschien een van de weinigen die daadwerkelijk verhaal afschrijft. Veel mensen beginnen met het schrijven van een boek. Dan komen ze erachter hoe lastig het is en stoppen ze. Dít is een van die dingen die schrijven zo lastig maakt en als je dit overwint, ben je een hele stap dichter bij het afkrijgen van je verhaal.

Dit hoofdstuk is voor iedereen die schrijver moodswings ervaart. Het is echt oké en het is echt normaal. Geef niet op. Samen verslaan we de moodswings.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over. Ken je nog mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

Show vs. tell

boek-met-piraat-en-schip-komt-tot-leven

Persoonlijk denk ik dat dit een van de belangrijkste en moeilijkste elementen is tijdens het schrijven.

Wanneer moet je show moet gebruiken en wanneer tell? Voordat we die vraag beantwoorden, kijken we eerst wat show en tell precies inhouden. Eigenlijk is de definitie redelijk simpel. Bij show laat je zien dat iets gebeurt terwijl je het bij tell vertelt. In de praktijk is dit vaak wat lastiger. Ik zal dezelfde scene twee keer schrijven. Een keer met show en een keer met tell.

Tell:

Ik had mijn vriend al lang niet meer gezien en was bang toen hij opeens voor mij stond. Ik vroeg me af of wij nog steeds vrienden konden zijn of dat we na al die jaren te ver uit elkaar waren gegroeid. Hij zei niets en bleef afwachtend in de deuropening staan. Mijn angst werd erger.

Show:

Mijn handen trilden en mijn benen voelden als een pudding. Met alle kracht die in mij zat, probeerde ik mijn lichaam tot bedaren te brengen. Het lukte niet. Ik klemde mijn kaken op elkaar en bracht mijn kin omhoog. Ondanks dat voelde ik hoe ik de angst niet veel langer kon verbergen. Het verspreidde zich vanuit mijn buik steeds verder richting mijn keel en mijn ledematen.

Daar stond hij dan, langer en breder dan ik mij herinnerde. De vriend die ik jaren geleden kende was kleiner dan ik en had krullend haar. Nu leek hij als een flat boven mij uit te torenen met zijn kaalgeschoren hoofd. Zijn armen had hij over elkaar gevouwen en zijn gezicht stond strak. Hij was niet langer de jongen die ik kende als mijn vriend. Dit was een complete vreemde voor mij.

Ik wilde weten wat hij dacht, wat hij voelde nu hij mij na al die tijd weer zag. Ik wilde dat hij iets zou zeggen, wat dan ook. Hij bleef stil. De muur die tussen ons in stond, leek met elke seconde te groeien.

Wat valt op?

Het stuk dat is geschreven met tell is een stuk korter.

Dit laat gelijk goed zien wanneer tell handig is, namelijk bij dingen die er niet echt toe doen. Reizen jouw hoofdpersonen een heel stuk over land? Zijn ze drie dagen onderweg zonder dat er iets interessants gebeurt? Dan is tell de beste manier. Zeg bijvoorbeeld: Na drie dagen reizen kwamen ze aan bij de vulkaan.

Op deze manier laat je de lezers weten dat er tijd verstreken is zonder dat je veel zinloze woorden verspilt aan die drie dagen waarin er niets gebeurt. Hetzelfde geldt voor personen of plaatsen. Stel, in hoofdstuk 1 heb je heel uitgebreid een kasteel beschreven en in hoofdstuk 6 komen je personages terug in datzelfde kasteel. In dat geval is het niet nodig om alles opnieuw tot in de details te beschrijven. Je kan simpelweg zeggen dat ze teruggaan naar dat prachtige kasteel. 

Kortom, tell wordt gebruikt om dingen aan je lezer duidelijk te maken die alleen genoemd moeten worden om het verhaal soepel te laten lopen.

Deze dingen zijn niet belangrijk voor het plot zelf. Het is een manier om korte stukjes informatie aan je lezer over te brengen. Zo zorg je ervoor dat de verhaallijn te volgen blijft zonder dat je wegzinkt in een moeras van details.

Dat gezegd hebbende, 95% van de tijd is het belangrijk om tell te vermijden en show toe te passen.

Waarom? Show is een manier om je lezers mee te trekken in het verhaal. Het is een manier om emotie over te brengen en om banden tussen personages te smeden. Je zorgt ervoor dat de lezer een helder beeld heeft van de omgeving en mee kan leven met de personages.

We gaan even terug naar het voorbeeld hierboven. Het eerste stuk met tell geeft minder emotie weer. Natuurlijk wordt er verteld dat de hoofdpersoon bang is. Als lezer voel je die angst niet echt. Wat maakt haar bang? Als ik een lezer ben, wil ik voelen wat de hoofdpersoon voelt, zien wat de hoofdpersoon ziet en meemaken wat de hoofdpersoon meemaakt. Door enkel tell in te zetten, bereik je dat niet.

Als schrijver vertel je mij dat je hoofdpersoon bang is en word ik geacht dat te geloven, ondanks dat ik geen enkel teken van die angst heb gezien. In het tweede voorbeeld zie ik de angst van de hoofdpersoon. Namelijk de trillende handen, de benen die als pudding voelen en een poging om de kaken op elkaar te klemmen.

De belangrijkste regel om gevoel over te brengen is om in je eigen lichaam te kruipen. (Oké, eigenlijk klinkt dit best creepy)

Wat ik daarmee bedoel is dat je je eigen gevoelens moet inzetten. Vecht je hoofdpersoon op leven en dood? Staat hij tegen een veel sterkere tegenstander en is hij doodsbang dat hij het niet overleeft? Probeer op zo’n moment angst op te wekken in je eigen lichaam en kijk wat er gebeurt. Denk terug aan een situatie waarin je zelf bang was of kijk een enge film. Het maakt niet uit wat je doet, zolang je ervoor zorgt dat jij angst voelt. Deze situatie hoeft niet exact hetzelfde te zijn als de hoofdpersoon, zolang de emotie hetzelfde is.

Wat gebeurt er met je lichaam? Trillen je handen? Trekken je billen samen? Versnelt je ademhaling? Word je licht in je hoofd? Spannen alle spieren in je lichaam je aan? Voel deze gevoelens en schrijf ze neer op het papier. (En ja, inderdaad, ik heb net bij mijzelf angst opgewekt) Door het zo op te schrijven, kan de lezer zichzelf veel beter verplaatsen in jouw verhaal. Je hoeft niet eens letterlijk te vertellen dat je hoofdpersoon bang is. Door de reacties van je hoofdpersoon te laten zien, wordt vanzelf duidelijk hoe bang diegene is. Lezers zijn slim genoeg om het vervolgens zelf uit te vogelen.

Stel nu dat je geen emotie wilt tonen, maar een hele grote beschrijving.

Als je wilt dat een lezer het gevoel heeft dat hij zelf in een bepaalde ruimte is, moet je op dezelfde manier te werk gaan. Als je zegt: de hal van het kasteel is heel groot, is dat tell. Wat je in plaats daarvan kan doen, is je de hal inbeelden. Wat zie je? Wat hoor je?

Opnieuw een voorbeeld:

Mijn stem galmt luid door de enorme hal. Het weerkaatst op de muren en komt als een echo naar mij terug. Ik draai een rondje. Mijn ogen zijn niet in staat om de hele ruimte in zich op te nemen. Er is simpelweg teveel voor mijn hersenen om te verwerken. Ik denk terug aan mijn eigen kleine huis en wed dat er minstens tien complete huizen in deze ruimte passen. Mijn blik glijdt omhoog en ik besef dat ik hier wel drie huizen op elkaar zou kunnen zetten. Ik bijt op mijn lip als ik bedenk dat dit een van de vele hallen in het immense gebouw is.

In de tweede versie is de lezer beter in staat om het gebouw in te beelden. Het woord groot betekent namelijk voor iedereen iets anders. Doordat je alles nu meemaakt door de zintuigen van de hoofdpersoon, wordt het levendig. Als schrijver prikkel je de beeldvorming van de lezer. Let er hierbij op dat je niet alleen beschrijft wat iemand ziet. Probeer verschillende zintuigen aan bod te laten komen. Zo is er in dit voorbeeld ook geluid. Daarnaast kan je tast toevoegen door de hoofdpersoon iets aan te laten raken en te beschrijven wat hij voelt. Hetzelfde geldt natuurlijk voor proeven en ruiken.

Samengevat: Het grootste deel van de tijd is het belangrijk om show in je verhaal toe te passen.

Het zorgt ervoor dat de lezer wordt meegetrokken in het verhaal. De lezer kan ervaren wat de hoofdpersoon ervaart. Dit vindt plaats bij beschrijvingen, emoties en op tal van andere vlakken. Kruip hierbij in je eigen lichaam en probeer te verwoorden wat jij ziet, ruikt, voelt, denkt of hoort. Als jij jouw eigen emoties zintuigen goed over kan brengen, voelt de lezer dit. Vermijd zinnen als: het is groot, ze was verdrietig en ik voelde me woedend. Laat het echt zien.

Tell is voornamelijk belangrijk om toe te passen als je een tijdssprong maakt of als je iets wilt vertellen wat niet echt belangrijk is.

Je zegt bijvoorbeeld: De laatste les van de dag leek uren te duren door de monotone stem van de leraar. Dit is beter dan de hele les te laten zien als het niet belangrijk is. Op deze manier weet de lezer wat er is gebeurd en wordt hij niet vermoeid met ellenlange details.

Kortom: ga achter je laptop zitten, kruip in je lichaam en show je verhaal!

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Goodreads en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Ken je mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

Interview met Miriam de Vries

Interview-schrift

Vandaag heb ik een speciale blog. Ik heb een interview gedaan met Miriam de Vries. We hebben het gehad over hoe zij haar eerste boek “Oorverdovende stilte” heeft uitgegeven en wat zij verder nog hoopt te bereiken op schrijftechnisch gebied. Voor iedereen die meer wil weten over hoe je een boek kan uitgeven in eigen beheer, lees vooral verder.

Het was fantastisch om dit samen met Miriam te doen. Zoek haar boek “Oorverdovende stilte” na het lezen van deze blog zeker eens op. Voor nu, laten we beginnen.

Kan je iets over jezelf vertellen?

Ik ben Miriam de Vries of zoals ik online heet: Maylene Hunt. (Ik publiceer onder de naam Miriam de Vries, dus houden we die maar aan)
Ik ben negentien en ik schrijf het liefst jeugd en iets met een diepere betekenis. Er zit altijd wel iets van liefde en spanning in mijn verhalen, maar dat is ook afhankelijk van de boodschap. 
Ik lees eigenlijk ook in dit genre. Verder lees ik wel Dystopian boeken en eigenlijk alles wat goed wordt aangeschreven. Ik probeer graag nieuwe dingen uit!

Hoe lang schrijf je al boeken?

Ik schrijf al heel lang. Vroeger schreef ik altijd kleine verhaaltjes, maar daar stopte ik op den duur mee. Tot ik in de tweede klas iemand een boek zag schrijven. De schrijver in mij werd weer getriggerd en ik begon weer te schrijven. Ik was jong en ik dacht dat ik heel erg goed was. Ik dacht dat ik het wel gemaakt had, maar dat was natuurlijk niet zo. Ik raakte nogal teleurgesteld dat ik niet in een dag herkend was. (dat dacht ik echt, maar ik was elf) Ik stopte met schrijven, maar dat kwam anderhalf jaar later terug. Toen begon versie 1 van Room 301.

Ik schreef niet echt veel en goed was ik ook niet, maar ik werd serieuzer en al snel liet het schrijven me niet meer los. In 2014 heb ik een heel jaar lang heel veel boeken gelezen en ben ik beter gaan schrijven. Sindsdien ben ik nooit meer gestopt. Het jaar erna heb ik Wattpad aangemaakt en toen ben ik daar gaan uploaden. Dat deed ik regelmatig en zo bouwde ik heel wat verhalen op.

Wauw, je bent echt al lang bezig, zeg. En met resultaat. Ik las dat je je boek “Oorverdovende stilte” hebt gepubliceerd via Sweek publishing. Kan je vertellen waarom je hebt gekozen voor deze uitgeverij en op welke leeftijd je hebt gepubliceerd?

Ik deed mee aan Sweek Stars 2017. (ik was 16 toen ik het schreef) Ik deed mee voor de lol. Ik weet van mezelf dat ik niet echt kan winnen met kleine schrijfwedstrijden, dus ik wilde het proberen met een heel boek. En dat deed ik. Tot mijn grote verbazing werd ik eerste van Nederland. Ik kreeg een geldprijs en ze zouden me helpen met de marketing van het boek. Ik kon eigenlijk niet echt nee zeggen, dus heb ik toegezegd dat ik dat zou doen. Ik heb er hard aan gewerkt. 
Het boek is uitgegeven in maart 2018, toen ik nog net 17 was.

Dan was je al heel goed bezig op jonge leeftijd. Echt super dat je zo’n wedstrijd hebt gewonnen toen je zestien was. Het klinkt als een droom zoals je het vertelt. Klopt het dat je bij Sweek publishing je boek uitgeeft in eigen beheer? Kan je vertellen wat dit inhoudt en waar je boek te koop is als je in eigen beheer uitgeeft?

Ja, het was echt heel onverwachts. Ik verwachtte er niet veel van, maar ik was echt bijna in tranen toen ik mijn boek daar zag staan. 
Ja, bij Sweek publishing doe je het zelf. Het is een selfpublishingsplatform. Dat houdt in dat je voornamelijk overal zelf voor moet zorgen. Je moet de inhoud natuurlijk zelf goed doen, maar ook de fouten en alles eruit halen. Opmaak doe je ook zelf en het kaftontwerp ook. Eigenlijk moet je ook de marketing zelf doen, maar in mijn geval werd dat voor mij geregeld, omdat ik won en ze daarmee ook een beetje publiciteit konden winnen. 

Sweek Publishing werkt met printing on demand, dat betekent dat er geen oplage is. Het kost ook niks om het te publiceren. Eventueel 12.50 voor een ISBN nummer, wat wel aangeraden wordt. 
Afhankelijk van of je het ISBN nummer hebt, kan je boek gekocht worden in de onvindbare Sweek webshop en met ISBN-nummer in de winkels en bol.com. Je boeken zullen niet in de winkel liggen, tenzij je dat zelf regelt.

Je vertelde al kort iets over dat de marketing in jouw geval geregeld werd. Je benoemde verder dat je veel zelf moest doen, bijvoorbeeld met betrekking tot de inhoud van je boek en het kaftontwerp. Maar welke stappen zitten er eigenlijk in het uitgeefproces in eigen beheer? Hoe zag het uitgeefproces er stap voor stap uit voor jou en wat komt daarbij kijken?

Het begint natuurlijk bij het boek zelf. Je schrijft je boek en als je dat af hebt, moet je de fouten eruit halen. Ik had destijds geen proeflezer, dat durfde ik niet. Daarna is het belangrijk dat je gaat kijken naar hoe je boek eruit komt te zien aan de binnenkant. Hoe je hoofdstukken worden opgedeeld, de inspringringen, dat soort dingen. Pas als het bestand echt af is en je een maat hebt gekozen voor je boek (die je in moet vullen in je wordbestand, anders lukt het niet), dan kan je een kaft gaan maken. Je krijgt van Sweek de juiste afmetingen en met deze afmetingen kan een cover gemaakt worden. Belangrijk is dat je rekening houdt met copyright en dat je zeker weet dat de afbeelding die je kiest geen kopieerrechten bevat. Sweek heeft hier een programma voor dat je kan helpen, maar je kan ook zelf een cover uploaden. 

Oorverdovende-stilte-Miriam-de-Vries

Hierna is het een kwestie van flapteksten invullen, genres aangeven, dat soort dingen en dan versturen. Er wordt aangeraden eerst je boek te laten drukken om te bekijken of dat is wat je wil en het daarna pas op openbaar te zetten. Dat is het eigenlijk. Ja, en dan is het een kwestie van reclame maken, als je dat niet al had gedaan.
In mijn geval hoefde ik geen reclame te maken. Ik kreeg een deal met de bibliotheken, die een groot aantal exemplaren hebben gekocht. Ook heeft de Koninklijke Bibliotheek (Archief) een exemplaar opgeslagen en is mijn boek voor promotie opgestuurd naar een paar booktubers.

Zo zie je inderdaad dat je nog lang niet klaar bent nadat je een boek hebt geschreven. Je boek is in maart 2018 uitgebracht, inmiddels bijna 2 jaar geleden. Ik ben heel benieuwd hoe het nu voelt voor jou. Ben je tevreden of zou je achteraf dingen anders hebben gedaan? Wat zijn naar jouw mening voordelen en nadelen als je ervoor kiest om uit te geven in eigen beheer en zou je dit aanraden aan andere schrijvers?

Nee, het schrijven stopt inderdaad nooit!
Het boek is voor mij wel een beetje verouderd. veel dingen zou ik waarschijnlijk anders doen, maar ik ben er ook trots op. Ik ben altijd wel trots op wat ik schrijf, ook al is het al drie jaar geleden. Toen was dat wat ik kon en dat was heel erg goed. 
Ik probeer niet te veel echt terug te kijken en als ik dat wel doe, dan probeer ik het niet te zien als: “dit zou anders moeten”, want toen was dat wat ik deed goed.

Ik raad het zeker aan, maar eigenlijk puur omdat ik het belangrijk vind dat je als beginnend schrijver weet hoe uitgeven werkt. Ik denk dat Nederland nog niet echt bekend genoeg is met self-publishing. Je kan er niet echt groot mee worden, zoals dat in Amerika wel kan. Het is zeker heel leerzaam en ik heb het gezien als een belangrijke ervaring. Maar rijk word je er zeker niet van. Het kan wel een goede opstap zijn naar een professionelere carrière, omdat je al een naam voor jezelf maakt.

Weet je dat dit heel herkenbaar klinkt wat je hier zegt? Ik heb zelf ook twee boeken uitgegeven bij Boekscout, een meerkansenuitgever. Het is zo’n belangrijke ervaring geweest voor mij als jonge schrijver om iets over uitgeven te leren, ondanks dat ik dingen nu absoluut anders zou doen. Ik ben het volledig met je eens dat het een hele goede opstap is naar een meer professionele carrière.

Over een professionele carrière gesproken, jij hebt sinds kort een ander verhaal opgestuurd naar een paar traditionele uitgevers, wat ik overigens heel gaaf vind. Op wat voor dingen let je bij het maken van je keuze voor een traditionele uitgever of een uitgever in eigen beheer? Hoe doe je er onderzoek naar en wat zou jij als tip meegeven aan schrijvers die nadenken over uitgeven? 

Ik heb als doel dat ik de wereld een beetje wil veranderen met mijn boeken. Vandaar dat elk boek wel een boodschap bevat. Daarvoor heb ik een publiek nodig. Ik wilde zien in hoeverre ik serieus word genomen door de “big world”, dus besloot ik eerst de grotere uitgeverijen te proberen. Ik kan altijd nog een tussenstap nemen als dat nog niet lukt.
Ik heb een lijst gemaakt van alle voors en tegens van de uitgeverijen. Wachttijd, strengheid, mail of post, dat soort dingen en daar heb ik er drie van uitgekozen. Ik heb ook gekeken naar hun assortiment en professionaliteit. Hoe wil ik dat mijn boek eruit ziet? Zie ik hem hiertussen liggen? Past het? Je kan beter niet je boek uitgeven bij een religieuze uitgeverij als je een jeugdboek hebt vol moord en mysterie.

Bij eigen beheer kijk ik vooral naar hoe dik het boek is en of het haalbaar is voor de koper. Tegenwoordig is het nog erg duur. Een normaal boek van 300 bladzijden kost al meer dan 20 euro en dat is gewoon niet haalbaar. Ik zou dat zelf ook niet willen. Bij een uitgeverij kan de prijs wat gedrukt worden en kan hetzelfde boek misschien wel voor 15 euro verkocht worden. 
Voordat je begint aan uitgeven (ik kan nog niet zeggen dat ik er alles van weet, maar ik heb wel veel onderzoek gedaan), doe onderzoek. Houd je aan wat je moet meegeven voor een uitgeverij. Sommigen verwachten een charactersheet, terwijl anderen een samenvatting willen van 500 woorden. Houd je aan die richtlijnen, doe onderzoek en laat vrienden en familie je helpen. Jij zit er soms zo erg in verdiept, dat je geen overzicht meer hebt. Laat een vriend meekijken, die kan je soms inzichten geven waar je zelf nog niet aan gedacht hebt. 
Heb geduld. Het duurt heel lang, maar ga ondertussen lekker door en als je een tegenslag hebt (nog niet gehad, want zover ben ik nog niet), probeer het niet persoonlijk op te pakken. Het zegt niet per se iets over jou of je schrijfkwaliteit. Jouw moment komt nog wel. Uitgeverijen zijn nu eenmaal heel streng.

Richtlijnen van de uitgeverij zijn inderdaad ongelooflijk belangrijk. Als je je daaraan houdt, maak je per definitie al meer kans. Wat je zegt over geduld is denk ik ook heel belangrijk. Een boek uitgeven is nu eenmaal traag. Echt hele handige tips geef je. Hoe zie jij je eigen toekomst voor je wat betreft schrijven? Waar ben je nu mee bezig en waar wil je naartoe? Heb je nog grote dromen of doelen die je wilt bereiken?

Ik hoop dat ik mijn boeken kan uitgeven bij een uitgeverij en daardoor wat meer mensen kan laten nadenken over allerlei verschillende onderwerpen. Ik zou er ook graag mijn brood mee willen verdienen, maar dat is nog niet zo gemakkelijk.
Het lijkt me heel gaaf om mijn boeken te (laten) vertalen en ik zou heel graag een film (willen laten) maken van een van mijn boeken. Dat zijn eigen mijn doelen en dromen.

Je droomt in ieder geval groot. Het zit er voor dit interview alweer bijna op. Zijn er nog andere dingen die je wilt zeggen die we nog niet hebben besproken?

Het is vooral belangrijk om te doen wat je leuk vindt en bij jezelf blijft. That’s it 🙂
Ik vond het erg leuk!! Nogmaals bedankt!

Ik vond het ook ontzettend leuk om te doen. Je was echt super en ik denk dat heel veel mensen deze informatie nuttig vinden. Ik ben blij dat jij het ook leuk vond om te doen! Ontzettend bedankt. Tot slot: als er nu mensen geïnteresseerd zijn in jou, hoe en waar kunnen ze informatie vinden over jou en je boek?

Poeh, ik heb een website, maar die heb ik al te lang niet meer geüpdatet. En verder op Goodreads, op Instagram en op Wattpad. Oorverdovende stilte is onder andere te koop op bol.com


Dat was het alweer voor vandaag. Zoek Miriam en haar boek zeker eens op op internet, want het was super leuk om dit interview met haar te doen. Je mag ook altijd contact met mij opnemen of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Goodreads en Wattpad als Britt Zwijnenberg. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan de pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Ken je mensen die schrijven of graag willen schrijven? Laat hen vooral weten dat deze blog bestaat.

De infodump

potlood-met-letters-achterkant

Veel beginnende schrijvers trappen in de valkuil van de infodump.

Het is een makkelijke manier om in één keer veel informatie kwijt te kunnen. Helaas is het ook een manier die voor je lezer niet prettig is. Je geeft bij een infodump te veel niet relevante informatie. Soms kan de informatie wel relevant zijn, alleen niet op dit moment. Zeker beginnende schrijvers hebben vaak het idee dat de lezer gelijk alles moet weten, terwijl dit vaak niet het geval is.

Soms wordt het probleem opgelost door de informatie simpelweg op een andere manier te brengen. Ik zal beginnen met een voorbeeld van een typische infodump die aan het begin van een verhaal kan staan.

Je zult gelijk merken dat het niet prettig leest.

Ik sta voor de spiegel. Ik zie mijn eigen blonde lokken en blauwe ogen. Mijn ogen zijn zo blauw als een heldere, onbewolkte hemel. Mijn grote shirt valt wijd over mijn smalle heupen. Ik lach naar mijzelf en mijn witte tanden komen bloot te liggen. Normaal. Dat ben ik. Misschien een tikkeltje verlegen, wat mij nog onopvallender maakt. Ik heb niet altijd een hele goede concentratie en raak snel afgeleid, zeker als ik iets niet interessant vind. In de klas praat ik niet als het niet nodig is. Ik heb wel genoeg vrienden. Ze heten Kelie, Romy en Anoek. Ook zij zijn rustige meiden, hoewel Romy altijd haar woordje klaar heeft als het moet. In jongens zijn wij eigenlijk niet zo geïnteresseerd. Dat wil zeggen, Romy, Anoek en ik. Kelie is enorm verliefd op Rick, die ook in onze klas zit.

Ik ga naar de havo en heb een N&G pakket met de vakken Natuurkunde, biologie en scheikunde. Natuurkunde vind ik verreweg het moeilijkste vak. Elke keer als de leraar iets uitlegt staar ik voor mij uit. Ik probeer echt wel op te letten, maar ik kan het niet volgen. Meestal klets ik dan een beetje met mijn vriendinnen, tot de leraar zegt dat wij stil moeten zijn. Een groot deel van mijn dag gaat op aan school. Daarnaast houd ik van paardrijden. Meestal rijd ik op mijn lievelingspaard, BonBon, een bruine merrie. Dit doe ik op een manege in de buurt.

Thuis woon ik met mijn ouders en broertje samen. Mijn moeder is 51 jaar, mijn vader is 47 en mijn broertje is tien. Zelf ben ik veertien jaar oud. Mijn moeder is een huismoeder en zorgt voor mijn broertje en mij. Zij is klein en heeft bruin, krullend haar. Ze is een hele lieve vrouw die het beste met iedereen voorheeft. Mijn vader heeft een baan in een groot bedrijf waar hij de financiën bijhoudt. Hij is een kleine man en veel steviger dan mijn moeder. Hij is meestal degene die de straffen uitdeelt als het nodig is. Mijn broertje zit nog op de basisschool en ik zie het als mijn taak om goed voor hem te zorgen, om een goede grote zus te zijn.

Als je tot het eind van het stuk bent gekomen, geef ik je een applaus.

Ik zou zelf namelijk niet graag een boek lezen dat zo begint. Dit hele stuk is volgepropt met informatie die er niet echt toe doet. Verder is alles is uitgelegd in plaats van het te laten zien. Dit verhaal kan je waarschijnlijk ook lezen zonder te weten welk vakkenpakket de hoofdpersoon volgt of hoe oud de vader en moeder zijn. Je hoeft in het begin absoluut niet te weten hoe alle vriendschappen van de hoofdpersoon er precies uit zien.

Er wordt ook informatie genoemd die misschien nuttig is. Als een groot deel van het verhaal zich afspeelt op de manege, is dat waarschijnlijk een belangrijk punt. Hetzelfde geldt voor de opleiding van de hoofdpersoon.

Deze informatie kan ook op een andere manier worden gebracht.

In het vorige voorbeeld werd er voornamelijk uitleg gegeven zonder dat het verhaal vooruit kwam. De informatie is op die manier niet interessant. De kans is groot dat de lezer deze informatie al na een aantal pagina’s weer is vergeten. Ik zal nu opnieuw een voorbeeld geven.

De lezer wordt de scène meer ingetrokken en het plot wordt vooruit geholpen terwijl de belangrijke informatie toch naar voren komt.

Dromerig staar ik uit het raam van het klaslokaal. In mijn hoofd ben ik al op de manege, aan het rijden op mijn prachtige bruine BonBon. De geur van het hooi, het gevoel van het bewegende paard onder mij… Ik voel hoe mijn vingers bijna automatisch naar elkaar toetrekken alsof ik de teugels al vast heb.

‘Linde, weet jij het antwoord toevallig?’ Verschrikt kijk ik op, recht in het gezicht van mijn grijnzende natuurkunde leraar. Vanbinnen vloek ik. Die vervelende man ook altijd, natuurlijk weet hij dat ik het antwoord niet heb. Ik klem mijn kaken op elkaar in frustratie en ik krijg het spontaan warm. ‘

Is het misschien een idee om in het vervolg beter op te letten? Je cijfers voor dit vak zijn al niet al te best.’ Hij trekt zijn wenkbrauwen op en ik kan niet anders dan knikken.

Ik voel de blikken van mijn klasgenoten in mijn rug branden en ik kan wel door de grond zakken. Het gevoel blijft aanhouden, ondanks dat mijn leraar inmiddels weer verder praat. Geruststellend legt Anoek haar hand op mijn schouder.

‘Ik zou ook willen dat de schooldag voorbij was, hoor,’ zegt ze met een knipoog voor ze haar blik weer vooruit richt. Ik probeer hetzelfde te doen, maar na een paar tellen vertrekken mijn hersenen alweer richting de manege.

In het tweede voorbeeld wordt minder informatie in één keer verteld waardoor de lezer het beter in zich op kan nemen.

Daarnaast worden er dingen duidelijk gemaakt door de hoofdpersoon iets te laten doen. Zo zeg ik bijvoorbeeld niet letterlijk dat de hoofdpersoon snel afgeleid en onzeker is. Je ziet het terug doordat zij zich bekeken voelt als de leraar haar aanspreekt en doordat het haar niet lukt om haar gedachten bij de les te houden.

Nu zijn er misschien sommige mensen die zich afvragen of dit wel praktisch is. Niet alle informatie die in het eerste stuk zit, zit namelijk ook in het tweede stuk. In dat geval komen we terug op het punt terug dat ik eerder benoemd heb. Is die informatie wel echt nuttig op dit moment? Misschien komen de andere vriendinnen aan bod als ze pauze hebben of komt het broertje aan bod als de hoofdpersoon en hij een keer ruzie hebben, of… Kortom, uiteindelijk kan alle informatie aan bod komen op een moment waarop het echt nodig is. Dat leest een stuk prettiger.

Een paar tips om ellenlange infodumps (zeker aan het begin van je verhaal) te voorkomen:

1. Is de gegeven informatie belangrijk?

Moeten we echt weten welke kleren jouw hoofdpersonage draagt? Moeten we echt weten hoe de gezinssituatie er tot in detail uitziet? Moeten we echt weten hoe de hele politieke structuur van jouw fantasywereld in elkaar zit? Moeten we echt tot in detail weten hoe jouw fantasywereld is ontstaan? Kortom, is de informatie echt belangrijk voor de lézer? Als schrijver moet je nu eenmaal meer weten dan wat voor de lezer belangrijk is. Probeer niet alle onbelangrijke details aan de lezer op te dringen en focus je op de belangrijkste punten.

2. Denk eraan of de gegeven informatie op dít moment belangrijk is.

Als bepaalde informatie in hoofdstuk 10 belangrijk is, is het praktisch om het ook pas rond hoofdstuk 10 te benoemen. Als je in hoofdstuk 1 een magische walnoot benoemt, die vervolgens 8 hoofdstukken lang negeert en er in hoofdstuk 10 op terugkomt, is iedereen de walnoot waarschijnlijk al lang weer vergeten. Je kan de walnoot waarschijnlijk pas het best in hoofdstuk 9 of 10 introduceren. Op die manier onthouden lezers dit belangrijke detail beter. 

3. Probeer niets uit te leggen.

Uitleg helpt het plot over het algemeen niet vooruit en voor de lezer is het erg lastig om te volgen. Probeer belangrijke informatie in plaats daarvan in het plot te verweven. Als het echt belangrijk is, zou dat moeten lukken. Lukt dat niet, vraag je dan af hoe belangrijk de informatie is voor de lezer. Zeg bijvoorbeeld niet dat je hoofdpersonage snel afgeleid is, maar zet haar ergens neer waar ze afgeleid kan raken. Zeg niet dat ze paardrijden leuk vindt, maar laat haar paardrijden.

Dit was de blog van vandaag alweer. In mijn voorbeeld heb ik een fictie boek gebruikt omdat ik zelf veel fictie schrijf. Het voorkomen van infodumps is ook in waargebeurde verhalen belangrijk. Dan wil je de lezer net zo goed meetrekken in je verhaal. De meeste van mijn tips zijn geschikt voor zowel fictie als non-fictie, zolang het in verhalende vorm is.

Je mag altijd contact met mij opnemen of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Goodreads en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Ken je mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

Het plannen van een verhaal

prikbord-post-it-make-things-happen

Plotters, pantsers en plantsers.

Deze woorden worden vooral door Engelse schrijvers veel gebruikt. Als je geen idee hebt wat deze woorden betekenen is dat prima. In dit hoofdstuk zal ik hier namelijk verder op ingaan en bespreek ik wat dit voor jouw verhaal inhoudt.

Zoals de titel van deze blog heel subtiel weggeeft, gaat dit hoofdstuk over het plannen van je verhaal. Deze stap vindt plaats voor je echt gaat schrijven. Bij het bedenken van een idee hebben mensen vaak een grof beeld in hun hoofd zitten. Vaak is dit enorm vaag en groot en ontbreken plot, structuur en personages. Natuurlijk kan je gewoon beginnen met schrijven. Zonder plot en op zijn minst een of twee belangrijke personages wordt dat wel een hele opgave. Niet voor iedereen is dezelfde hoeveelheid planning en structuur nodig en dat is waarom deze drie termen in het leven zijn geroepen.

Planners stippelen hun hele verhaal gedetailleerd uit.

Van A tot Z, alles is bedacht. Soms kan alleen de outline van het verhaal al dertig tot veertig pagina’s zijn. De beschrijvingen van personages komen daar soms nog bij. Als je het verhaal ziet als een huis, is het voor planners in de voorbereidingsfase al gebouwd. Tijdens het schrijven zelf wordt alleen de inrichting nog gedaan.

Pantsers zijn het tegenovergestelde.

Zij beginnen met minimale informatie aan het schrijven en zetten hun personages figuurlijk achter het stuur. Pantsers vinden het super om het verhaal samen met de personages te ontdekken. Ze komen in elk hoofdstuk nieuwe verrassingen, problemen en mogelijkheden tegen.

Plantsers zijn mensen die hier een beetje tussenin zitten.

Zij maken wel een grove structuur die de leidraad vormt, maar laten nog veel ruimte over voor het creatieve proces tijdens het schrijven. Omdat het de route niet exact is uitgestippeld, kan daar best een beetje van afgeweken worden, als het plot uiteindelijk weer teruggaat naar de richting die bedacht was.

Vooral Amerikaanse schrijvers op Youtube zeggen soms dat plotters enige mensen zijn die goedlopend een verhaal afkrijgen. Persoonlijk vind ik dat de grootste onzin. Niet iedereen kan tegen zoveel structuur en bij sommige mensen belemmert het juist het schrijfproces. Omdat er naar mijn idee niet één goed en fout is, zal ik bij elke stroming de voordelen en de nadelen opnoemen en aangeven bij wie deze tactieken kunnen werken. Zijn jullie er klaar voor? Yes? Daar gaan we.

Planners:

Het grootste voordeel van plannen is, wel ja, dat alles gepland is.

Geen gaten in je plot, geen momenten dat je niet meer weet waar je verhaal heen gaat en de kans op een writersblock is aanzienlijk kleiner omdat je vooraf al weet wat je wanneer gaat schrijven. Omdat alles gepland is, zitten er hoogstwaarschijnlijk ook minder fouten in de eerste versie. Hierdoor wordt het herschrijf proces een heel stuk gemakkelijker. Je zult minder last hebben van overbodige scènes en ook zullen er waarschijnlijk weinig scènes missen die voor je gevoel nodig zijn. Als je een scène mist, kom je hier als het goed is al achter in bij het maken van je outline.

Meestal heb je in dit geval per hoofdstuk een planning. Dit kan variëren van één of twee zinnen tot een half A4’tje per hoofdstuk, afhankelijk van wat je prettig vindt. De kern blijft dat alle belangrijke informatie uitgeschreven wordt voor je aan je verhaal begint.

Een groot nadeel voor planners is dat alles vaststaat.

Een enorm zielig moment waarop dat perfecte stelletje het uitmaakt? Geen punt, over zes hoofdstukken komen ze weer bij elkaar. Heeft de hoofdpersoon de tijd van zijn leven en lijkt eindelijk alles mee te zitten? Nou, het volgende hoofdstuk komt er een draak die zijn beste vriend verslindt.

Ik heb zelf geprobeerd een outline te maken en mij hieraan te houden. Voor mij waren alle spanning en emoties weg door de gedetailleerdheid van de outline. Voor de lezer was de spanning er nog wel. Omdat ik alles zo gedetailleerd wist, ging voor mij de lol er wat vanaf. Ook moet je je houden aan schema’s en ideeën die vooraf bedacht zijn. Mijn hoofd kan dat erg slecht accepteren omdat mijn ideeën vaak komen tijdens het schrijven.

Een ander nadeel van plannen is dat de outline het verhaal soms teveel overneemt.

Waarom zoeken de hoofdpersonen het magische kristal? Omdat de outline het zegt. Waarom worden die twee personen verliefd op elkaar? Het staat in de outline. Als je een planner bent, moet je er altijd voor zorgen dat motivaties en karaktereigenschappen van personages nooit ondergeschikt raken aan je zorgvuldig bedachte plan.

Voor wie is is dit proces geschikt?

Het is zeker de moeite waard om plannen uit te proberen als je merkt dat je halverwege een verhaal vaak vastloopt. Bijvoorbeeld omdat je niet meer weet waar het verhaal heen gaat. Het kan ook helpen als het voelt als een onmogelijke opgave om aan een boek te beginnen. Met een strakke outline heb je het grootste deel van het werk al gedaan en eerlijk is eerlijk, het schrijven wordt er een stuk gemakkelijker van. Elke keer dat je vastloopt, hoef je alleen je outline er even bij te pakken. Het geeft rust en orde in de warboel die je hersenen worden genoemd.

Pantsers:

Het voordeel van pantsers is dat je zelf het verhaal ontdekt tijdens het schrijven.

Dit kan erg leuk zijn omdat je het verhaal bijna net zo beleeft als lezers. Wat gaat er nu weer gebeuren? Waar gaan de hoofdpersonen nu weer heen? Je schrijft waar je gevoel je heen brengt. Je personages zijn in dit geval vaak belangrijker dan het plot. Het voordeel hiervan is dat bijna nooit dingen doet die niet lijken te kloppen. Voor pantsers zijn de personages namelijk de basis van een verhaal en hun motivaties zullen altijd bepalen in welke richting het verhaal opgaat. De personages voelen vaak erg authentiek en realistisch aan.

Het nadeel van pantsers is dat je jezelf nogal eens vast kan schrijven.

Het gebeurt vaak dat je schrijft tot je een punt bereikt waarop je denkt: hmmmm… dit was niet de bedoeling. Soms heb je jezelf in zo’n situatie geschreven dat je er niet meer uitkomt. Of je merkt na tien pagina’s schrijven dat je alles weg kan gooien omdat het werkelijk nergens op slaat. Het idee was in eerste instantie misschien goed, maar door een gebrek aan planning blijf je pagina’s lang doorschrijven aan iets dat je misschien in twee zinnen kan vertellen.

Dat brengt mij gelijk bij mijn volgende punt, namelijk dat het herschrijven op deze manier een hel kan zijn.

Ik durf met enige zekerheid te zeggen dat je op zijn minst een aantal gaten in het plot houdt waardoor je eerste versie meer een leidraad wordt tijdens het herschrijven en niet zozeer een vaststaand iets. Als je een hekel hebt aan herschrijven is dat iets om rekening mee te houden.

Voor wie is dit proces geschikt?

Dit proces is vooral erg geschikt voor mensen die “in character” zitten. De acties en ontwikkeling van de hoofdpersoon staan centraal en zij leiden echt het verhaal. De schrijver typt als het ware hun gedachten, gevoelens en acties uit. Op die manier ontstaat een verhaal met plot. Als schrijver maakt het je niet echt uit waar het verhaal heen gaat. Uiteindelijk kom je altijd wel ergens. Het gaat om het plezier van het schrijven en je voelt je echt verbonden met de hoofdpersoon.

Plantsers:

Het voordeel van plantsers is dat je de middenweg hebt.

Als je je bij zowel de planners als de pantsers niet helemaal thuis voelt, kan je op deze manier een middenweg kiezen. Hoeveel structuur wil je precies aan je verhaal geven? Wat wil je open laten en waar wil je zekerheid over? Dit is gelijk de categorie die het nut van het hokjesdenken omver werpt. Er is namelijk niet zoiets als goed of fout. Als jij jezelf een plantser noemt omdat je per drie hoofdstukken beschrijft wat je gaat doen, prima. Doe je hetzelfde en noem je je een planner, ook helemaal goed. Uiteindelijk gaat het niet om de naam die je ergens op plakt, maar wat voor jou werkt om te beginnen met een verhaal. En als plantser, tja, daarmee kan je alle kanten op.

Het nadeel voor plantsers is dat het allemaal erg chaotisch kan worden.

Het ene hoofdstuk perfect uitdenken terwijl de volgende vijf hoofdstukken op gevoel gaan. Het kan gebeuren dat je daardoor voor jezelf de draad wat kwijtraakt. Daarom is het vooral in deze categorie belangrijk om te bedenken wat voor jou prettig werkt en om je daaraan te houden. Wees consequent in wat je doet. Of dat nu drie hoofdstukken vooruit plannen is of heel kort een begin, midden en eind opschrijven, dat maakt niet uit. Zolang het voor jou werkt.

Voor wie is deze categorie geschikt?

Dit is geschikt voor mensen die zich te beperkt voelen bij het idee alles uit te plannen, maar die het idee van een pantser eng vinden. Deze categorie is voor mensen die hun eigen pad willen bepalen en zelf goed weten wat werkt voor hen.

En dan nu tot slot, hoe maak je een outline?

Zoals inmiddels hopelijk duidelijk is geworden, verschilt dit enorm van persoon tot persoon. Je kan er zo veel of zo weinig details in aanbrengen als je zelf wilt. Toch zijn er wel een aantal dingen waar je rekening mee kan houden.

1. Werk van groot naar klein.

Schrijf eerst de grote lijnen van je verhaal op en vul pas later de details in op de goede plekken. Dit voorkomt chaos. Als je al specifieke scenes hebt bedacht, schrijf ze vooral ergens op zodat je ze niet vergeet. Kijk later waar deze kunnen passen als je de grootste structuur met verhaallijn (de basis) hebt opgeschreven.

2. Laat het idee ‘parelen’ in je hoofd.

Door het idee de tijd te gunnen, kan het in je hoofd al groeien zonder dat je gefrustreerd naar een leeg scherm staart. Alle details die je op willekeurige momenten bedenkt kan je gelijk ergens opschrijven en later in je outline invoegen op de juiste plek.

3. Kijk wat voor jóú werkt.

Ik ken mensen die met post-its werken waar ze hun ideeën opschrijven en ordenen. Ik heb zelf wel eens gewerkt met een tabel in word. Die maak ik steeds groter of kleiner naarmate ideeën komen en gaan. Ik gebruik nu vaak een notitieboekje om willekeurige aantekeningen te maken die ik later orden. Je kan ook voor excel of een mindmap kiezen om structuur te brengen, zolang het werkt voor jou.

4. Denk na over hoe ver je wilt gaan.

Zoals gezegd willen sommige mensen het hele verhaal van A tot Z uitgedacht hebben. Dan begin je nog steeds bij de grote lijnen en zoom je later erg ver in. Elk hoofdstuk uit je boek wordt gedetailleerd beschreven. Je kan bijvoorbeeld ook twee zinnen per hoofdstuk beschrijven.

Ik zie mijzelf meer als een plantser en mijn proces stopt als ik een stuk of tien plotpunten heb die in een logische volgorde op elkaar aansluiten. Op die manier is mijn verhaal wel ongeveer tot het eind bedacht. Ik heb een paar woorden per twee á drie hoofdstukken. Ik heb hierdoor alle vrijheid om tijdens het schrijven veranderingen aan te brengen.

5. Plannen hoeft niet alléén vooraf.

Ik weet het, dit gaat in tegen alles wat ik heb gezegd, maar luister. Zoals ik eerder heb vermeld, ben ik iemand die een stuk of 10 plotpunten vooraf schrijft. Ik houd er wel van om een paar hoofdstukken vooruit te kunnen denken. Daarom plan ik soms één of twee hoofdstukken vooruit waar ik dan enkele zinnen over schrijf. Na een paar hoofdstukken kijk ik weer eens in mijn aantekeningen of mijn planning nog klopt en plan ik een extra hoofdstuk. De plotpunten die ik vooraf heb bedacht blijven hierbij de leidraad, al moet ik eerlijk zeggen dat er wel eens een plotpunt sneuvelt of dat er compleet nieuwe bijkomen tijdens het schrijven.

En dat was het alweer voor deze week. Dit zijn mijn gedachten over het plannen van een verhaal en hoe je het aan kan pakken. Ik hoop dat jullie zien hoeveel verschillende manieren er zijn en dat dit jullie helpt om er je eigen weg in te vinden.

Wat je ook kiest, onthoud dat er geen goed of fout is en dat je altijd kan wisselen van manier. Als je probeert te plotten en het werkt niet, probeer gewoon iets anders. Uiteindelijk moet je een manier vinden die voor jóú werkt en dat is voor iedereen anders.

Je mag altijd contact met mij opnemen of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Goodreads en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Ken je mensen die schrijven of graag willen schrijven? Laat ze vooral weten dat deze blog bestaat.

Het krijgen en ordenen van ideeën

idee-krijgen-voor-verhaal

Dit is het dan, mijn eerste echte blogpost. Ergens ben ik best nerveus wat mensen ervan zullen vinden. Ik hoop dat er iemand is die er iets aan heeft. De tips die ik geef zijn vooral voor beginnende schrijvers. In principe zijn ze van toepassing voor iedereen die een boek schrijft of wil schrijven.

Wat is het eerste dat je nodig hebt als je een verhaal gaat schrijven?

Eigenlijk is het enorm voor de hand liggend: een idee. Dat klinkt misschien zo logisch dat mensen zich afvragen waarom ik het hierover heb. Toch heeft bijna iedere schrijver die ik heb gesproken hier een probleem mee. Ofwel hebben mensen geen ideeën, ofwel hebben ze veel te veel ideeën om uit te kiezen. En hoe zorg je ervoor dat het ene juiste idee wordt uitgewerkt tot een verhaal? Ik ga het vandaag hebben over keuzestress.

Laat ik beginnen met de eerste mogelijkheid: het hebben van geen idee.

Nu zijn er misschien mensen die zich afvragen of je een schrijver kan zijn als je geen idee hebt voor een verhaal, maar stiekem heeft iedereen ideeën. Iedereen heeft namelijk gedachten en eigenlijk zijn gedachten al kleine ideeën.

Je kan creatieve gedachten krijgen door dromen, muziek, films of door het lezen van boeken. Ook in het alledaagse leven worden we platgegooid met allerlei ideeën die gebruikt kunnen worden voor een verhaal. Ruzies, liefdes, vriendschappen, stress, we maken het allemaal mee. Nu denk je misschien: Britt, ik wil niet over het alledaagse leven schrijven. Ik wil schrijven over een fantasywereld. In dat geval stel ik de vraag terug, komen er in fantasyverhalen geen ruzies, liefdes en vriendschappen voor?

Voor mij helpt het om inspiratie voor sfeer te halen uit muziek.

Zo schreef ik over een meisje dat zich enorm opgesloten voelt in het leven dat ze nu leidt. Ik gebruikte het lied “Bird set free” van Sia om een beeld te krijgen. Toen ik in fantasy sferen wilde komen, luisterde ik tijdens het schrijven naar de playlist “The alliance of the kings” van Acient Bards. Zo heb ik voor elke emotie of elk genre wel een playlist of een artiest die mij kan helpen om mijn verstopte ideeën de ruimte te geven.

Wat mij ook altijd helpt om ideeën te krijgen is het lezen van boeken. Dit is niet zodat ik hun werk kan kopiëren, zeker niet. Soms geeft het mij wel nieuwe inzichten die ik vervolgens kan omvormen tot iets dat bij mijzelf past. Vaak is het iets kleins zoals een emotie, een setting, kleding of een karaktertrek. Ik neem het idee en vervorm het vervolgens.

Ik haal mijn inspiratie soms bij de gekste plekken vandaan.

Ik ben laatst bij een workshop geweest over het schrijven van actiescènes. Daar kregen we een simpele opdracht: zoek in deze ruimte voorwerpen waarmee je een actiescène kan schrijven. Toen ik mij echt focuste, zag ik opeens allerlei scènes voor mij waarin mensen op erg creatieve (en pijnlijke) manieren vermoord konden worden. Een kroonluchter die kan vallen, tafelkleden waar je iemand mee kan wurgen, een scherpe stok die je door iemands buik kan steken… Als je je focust, komen de specifieke ideeën vaak sneller.

Wat ik wil zeggen is dat het belangrijk is om je hoofd open te stellen voor ideeën.

Schrijf ze op zodat je ze niet vergeet en hoe meer ideeën je hebt, hoe dichter alles samen in de buurt van een verhaal komt. Denk na over welk thema of in welk genre je wilt gaan schrijven en zoek naar boeken, films, muziek en meer dingen die jouw ideeënstroom op gang kunnen brengen. Als de eerste stap eenmaal is gezet, volgt de rest meestal makkelijker.

Natuurlijk kan het ook de andere kant opgaan. Deze schrijvers hebben te veel ideeën.

Ze weten niet welk verhaal het waard is om uitgewerkt te worden en welk verhaal beter kan blijven liggen. De vraag hier is niet zozeer hoe je aan goede ideeën komt. Het is eerder hoe je er orde in schept. Om hier een goede keuze in te maken, kan je over verschillende aspecten nadenken.

De belangrijkste vraag is of je echt zin hebt in het verhaal.

Dit klinkt misschien logisch. Ik bedoel hierbij niet dat ene verhaal dat je gisteren hebt bedacht en dat vandaag je hele hoofd overneemt. Natuurlijk is het belangrijk om dit idee te onthouden, dus schrijf het zeker op. Ik zou het alleen niet gelijk uitschrijven. Waarom? Vaak hebben we ideeën die erg goed lijken. Soms zijn we diezelfde ideeën binnen drie dagen vergeten. Wat je niet wilt, is dat je twee hoofdstukken schrijft om er vervolgens achter te komen dat dit verhaal toch niet is wat je had gehoopt. Laat een verhaal zeker twee weken in je hoofd groeien. Als het er dan nog steeds zit, is het waarschijnlijk een blijvertje.

Andere belangrijke punten zijn de doelgroep en het genre.

Wat schrijf je normaal? Wil je buiten je comfortzone komen of wil je er het liefst zo dicht mogelijk in de buurt blijven? Een tijd geleden ontplofte mijn hoofd bijvoorbeeld van allerlei ideeën, waarvan de meeste historische ficties waren. Toch wilde ik heel graag buiten mijn comfort zone schrijven en één van mijn bestaande ideeën was een fantasy, dus koos ik daarvoor.

Hetzelfde kan gelden voor de doelgroep. Schrijf je altijd Young Adult en wil je nu iets proberen voor jongere kinderen? Kies een verhaal dat daarbij past. Ben je een beginnende schrijver en wil je het veilig houden? Dan zijn romance of tienerfictie waarschijnlijk goede opties. Als je hart echt bij een ander genre ligt, kies dat dan vooral en laat je niet tegenhouden door angst.

Nu zijn we op het punt belandt dat er misschien één verhaal overblijft en in dat geval: gefeliciteerd! Je weet wat je wilt schrijven!

Voor degenen die nog steeds een aantal ideeën op tafel hebben liggen, heb ik nog een ander aspect om mee te nemen. Hoe ver ben je met het verhaal? Is je verhaal op een punt dat je denkt: ik wil iets met draken gaan doen of heb je al een stap verder gezet en het idee een beetje uitgewerkt? Het is belangrijk om te bedenken hoe ver je gedachteproces is. Heb je al aantekeningen op papier gezet of zou je dat kunnen doen? Heb je al een paar plotpunten bedacht? Weet je wie je hoofdpersoon is en waardoor hij of zij gedreven wordt?

Kortom, ligt het plan voor een verhaal een beetje voor je neus of ben je nog op het punt waarop je denkt: iets met slavernij zou cool zijn. Hoe meer je hebt nagedacht over een bepaald verhaal, hoe dieper het waarschijnlijk in je hoofd zit en hoe langer je er waarschijnlijk mee bezig bent. Je bent er in ieder geval redelijk gepassioneerd over, want anders kom je niet zover. Hoe verder je gedachten al zijn, hoe makkelijker het is om het verhaal op papier te zetten.

Als je eigenlijk het liefst dat ene verhaal wilt schrijven over draken zonder dat je een concreet idee hebt, kies dan toch daarvoor, ondanks dat andere ideeën misschien beter uitgewerkt zijn.

Schrijven is een lang proces en je gaat nog veel uren met dat ene verhaal doorbrengen. Je kan er dus beter wat passie voor hebben, anders wordt het erg lastig. Het enige dat je nu nog moet doen is het idee wat laten “parelen” in je hoofd, zoals een vriendin van mij dat zo mooi zegt. Laat het idee zoveel mogelijk in je hoofd zijn en als je echt passie hebt voor een idee, komt het verhaal meestal vanzelf. Zoals ik hierboven al zei, zijn muziek, films en een boek hele fijne manieren om je idee vorm te geven.

En dat was het alweer, mijn eerste blog. Ik hoop dat het interessant was en dat het helpt om ideeën voor een verhaal te krijgen en te ordenen. Als je graag wilt schrijven en op zoek bent naar meer schrijftips, ik ben van plan om elke twee weken een blog te posten.

Je mag altijd contact met mij opnemen of een reactie achterlaten onder deze blog. Je kan mij ook volgen op Facebook, Goodreads en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Ken je mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

Ik hoop nogmaals dat het interessant was en hopelijk tot de volgende keer.