Writersblock

man-voor-laptop-aan-bureau-met-handen-in-het-haar

De meeste schrijvers hebben wel eens met een writersblock te maken en als je er niet mee te maken hebt, dan heb je er ongetwijfeld over gehoord.

Writersblock is iets wat veel schrijvers ervaren. Tegelijk ervaart iedereen het anders en hangt iedereen er een andere definitie aan vast. Sommige mensen zeggen zelfs dat writersblock een niet bestaand iets is. Persoonlijk denk ik dat het eraan ligt welke definitie je eraan hangt.

Dus, om bij het begin te beginnen: wat is een writersblock?

In de breedste zin van het woord is het een periode waarin schrijvers geblokkeerd zijn en waarin ze niet langer kunnen schrijven. Soms hebben mensen hier hele logische redenen voor, bijvoorbeeld door werk, school of andere problemen. En ik ben hier om je te vertellen dat het echt oké is om tijdelijk te stoppen met schrijven als het leven dat even niet toelaat en als het beter is voor jezelf. Het maakt je geen mindere schrijver en we hebben allemaal wel van die perioden.

Je gezondheid gaat altijd voor, net als school of werk voor kunnen gaan op schrijven, want laten we eerlijk zijn, je moet toch echt een diploma halen en je rekeningen betalen.

Als je daarnaast echt niet meer kan schrijven is dat helemaal oké. Je kan het altijd weer oppakken als je leven rustiger is geworden na een paar weken, maanden of zelfs een jaar. Accepteer dat je geblokkeerd bent en dat je even niets meer kan doen. Als je echt passie hebt voor schrijven, kom je er later altijd weer bij terug.

Het wordt anders als mensen zeggen dat ze zich niet geïnspireerd voelen om te schrijven, dat de woorden niet willen komen of dat het te lastig is.

Soms zeggen mensen ook dat ze écht geen tijd hebben om te schrijven. Vervolgens kijken ze wel een paar uur per dag netflix of gamen ze uren lang. Tja, helaas is dat vaak de reden waardoor veel mensen stoppen met schrijven. Ik heb hier nogal gemixte gevoelens over, dus laten we het daarover hebben.

Ik denk dat ik het al eerder in andere blogs heb gezegd, maar schrijven is moeilijk, echt heel moeilijk. Er is een reden waarom zoveel mensen ergens in hun verhaal stoppen en het opgeven. Er komt namelijk een punt waarop je niet meer geïnspireerd bent of waarop de woorden niet meer zo makkelijk komen. Er komt een punt waarop het makkelijker of prettiger lijkt om gewoon voor de tv te gaan hangen. Het slechte nieuws is dat je verhaal nooit af komt als je daaraan toegeeft.

Veel mensen zullen het moment herkennen waarop ze rond de 10.000 woorden niet weten wat we met een verhaal aan moeten. Dat kan ook het moment zijn waarop er zoveel leuke nieuwe ideeën zijn. Het liefst willen we dit verhaal achter ons laten. Misschien zijn er wel helemaal geen nieuwe ideeën, maar heb je ook geen zin meer in dit verhaal, dus wil je het liefst stoppen. Dit is de block waar je wel doorheen moet vechten (althans, als je je verhaal ooit af wilt krijgen). Ik denk dat ik er tijdens de blog over schrijver moodswings wat dieper op in ben gegaan, dus bekijk die blog zeker eens als je hier meer over wilt horen.

Het punt is dat we niet altijd inspiratie zullen hebben, we zullen niet altijd zin hebben om te schrijven en soms kost het extreem veel moeite om de woorden op papier te zetten.

De echte vraag is dan of dat een reden is om op te geven. Als je je verhaal af wilt krijgen, zul je door dit soort momenten heen moeten vechten. Zelf heb ik vaak genoeg een writersblock gehad waarin ik echt echt echt geen zin had om te schrijven en de woorden gewoon niet wilden komen. Ik maakte mezelf wijs dat ik geen tijd had, terwijl ik prima wat minder tv kon kijken of wat minder op internet kon zitten. Door de jaren heen heb ik wat methodes geleerd die voor mij heel goed werken en die jullie misschien ook helpen om door dit moment heen te komen.

1. Bedenk waarvoor je het doet.

Wat is je einddoel? Wil je ooit uitgegeven worden? Ik kan je garanderen dat dat niet lukt als je manuscript niet af is. Wil je dit jaar de eerste versie afkrijgen? Wel, misschien moet je dan schrijven om te zorgen dat je het af krijgt. Bedenk waarom je van schrijven houdt en waarom je al maanden, misschien al jaren met dit verhaal bezig bent. Toen je begon aan het verhaal had je er zoveel zin in, probeer dat terug te vinden.

2. Maak een gewoonte van schrijven.

Ik schrijf elke dag op dezelfde plaats en meestal op dezelfde tijd. Ook heb ik bepaalde playlists op spotify die ik luister tijdens het schrijven van boeken. Op die manier leer ik mijn hersenen dat het tijd is om te gaan schrijven bij bepaalde prikkels zoals tijd, plaats en geluid. In het begin is het waarschijnlijk lastig om vol te houden, zeker als je niet echt zin hebt om te schrijven. Maar voor mij helpt het om een ritme te ontwikkelen waar ik voor niet onderuit kan en eigenlijk ook niet onderuit wil komen. Als ik nu een dag niet schrijf, voelt het gek en onnatuurlijk. Op die manier stimuleer je je brein om het als een normaal onderdeel van je dag te zien. Net zo normaal als school of werk, waar je ook niet onderuit kan.

En eerlijk is eerlijk, tijdens de periode van een writersblock zul je waarschijnlijk wat minder woorden op papier krijgen, maar je schrijft tenminste wel elke dag. En ja, op sommige dagen stroomt er enkel onzin uit je vingers, maar er komt tenminste iets uit je vingers. Ik heb ervaren dat je minder diep in een writersblock raakt als je maar blijft schrijven, hoe weinig of slecht het ook is. Ook heb ik geleerd dat je makkelijker weer uit dat gevoel komt, omdat je eigenlijk nooit echt gestopt bent met schrijven. En een tip: die slechte woorden kan je later altijd weggooien, er bestaat zoiets als een delete knop.

3. Schrijf aan meerdere projecten tegelijkertijd.

Dus, dit is een punt waar niet iedereen het over eens is. Sterker nog, de meeste mensen zullen het hier waarschijnlijk niet mee eens zijn, maar voor mij werkt het prima, dus ik ga het toch zeggen. Ik vind het fantastisch om aan meerdere verhalen tegelijk te werken. Vaak is een writersblock namelijk een gebrek aan inspiratie. Met twee of meer verhalen om aan te werken, is er meestal wel een verhaal waar ik ideeën voor heb. Het belangrijke punt is om het af te blijven wisselen. Uiteindelijk wil ik namelijk al mijn verhalen afkrijgen en soms moet ik mijzelf daar even aan herinneren. Persoonlijk doe ik dit door in mijn maanddoelen een woordaantal te zetten voor beide verhalen. Dat helpt, zeker aangezien ik het combineer met routine. 

Het heeft geen zin om aan meerdere verhalen te werken als je aan een van de verhalen niet verder schrijft. Op deze manier blijft je in de writersblock hangen. Dat is waarschijnlijk de reden waarom veel mensen het geen goed idee vinden om aan meerdere verhalen tegelijk te werken. Zolang je jezelf ertoe kan zetten om aan beide verhalen te blijven werken, werkt het in ieder geval voor mij prima. En dan komen we weer terug op de routine, waarin je het ook een routine maakt om aan verschillende verhalen te werken zodat je de ene dag bezig bent met verhaal A en de andere dag met verhaal B, of meerdere verhalen op één dag. Mocht dit idee je aanspreken, maar ben je bang dat je in de val loopt waarbij je je eerste verhaal compleet vergeet, dan zijn kortverhalen ook altijd een goede oplossing voor een kleine afwisseling. Op deze manier blijf je elke dag schrijven en kan je soms even aan iets anders denken.

4. Koop jezelf om.

Ja, ik weet het, dit klinkt verkeerd. Maar het werkt. Misschien moet je het eerder een beloning noemen dan omkoping. In ieder geval komt het op hetzelfde neer. Wil je die ene leuke tv serie kijken? Wel, dat gaat niet gebeuren voor je 500 woorden hebt geschreven. Wil je dit weekend met vrienden afspreken? Alleen als je deze week een hoofdstuk afkrijgt. Of geef jezelf een stuk chocola als je die ene moeilijke scène eindelijk geschreven hebt, maar dan echt alleen als je het gedaan hebt. Omkopingen en beloningen werken niet als je ze toch wel aan jezelf geeft. Dus geen chocola voor jou als je die scène niet afmaakt. Ik denk dat dit een hele goede methode is. Je moet hierbij wel echt volhouden en jezelf niet alsnog die beloning geven als je niet hebt geschreven.

5. Stel doelen, het liefst doelen waar je niet onderuit komt.

Als mijn doel voor deze maand is om 20.000 woorden op papier te krijgen, dan moet ik dat gaan doen. Anders loop ik achter op schema. Nu is het voor veel mensen lastig om dat gewoon uit zichzelf te doen. Voor mijzelf stel ik vaak doelen op waar ik consequenties aan hang. Een voorbeeldje: Ik had als doel voor 2019 om een manuscript op te sturen naar een uitgever. Punt. Geen maar, als, want enzovoorts. Aan het eind van het jaar zou mijn manuscript naar een uitgever gaan, zonder discussie. Ik heb vrienden en familie verteld dat ze mij eraan moeten houden, zodat er geen ontkomen aan is. En ik weiger om een manuscript op te sturen dat niet herschreven is of dat zelfs half af is. Dus weet je wat ik dan doe? Dan zórg ik dat het afkomt voor het eind van het jaar, want ik kan het niet verdragen om iets op te sturen wat niet goed is.

Een reële deadline voor mijzelf stellen, helpt mij om in te zien dat ik aan de bak moet. Mijn maandelijkse doelen helpen mij om mijn jaardoel in zicht te houden en het feit dat er een deadline ligt waar nog veel voor moet gebeuren, zorgt ervoor dat ik aan het schrijven blijf, writersblock of niet. Het uitgangspunt hierbij is wel dat je realistische doelen stelt. Uitdagend, maar haalbaar. Als doel hebben om in twee weken een volledig boek te schrijven, gaat niemand vooruit helpen. Het is ook niet zo dat je je doel moet verlagen als je het hebt uitgesteld en je in tijdnood komt. Dat betekent dat je nu harder aan de bak moet en de volgende keer beter moet plannen.

6. Een community hebben helpt.

Zoek plekken op met andere schrijvers om je te motiveren. Een paar voorbeelden zijn Wattpad, Sweek, NaNoWriMo, Facebookgroepen, misschien je critique partner. Waar je de mensen ook zoekt, vind mensen die ook schrijven en die vooruitgang boeken. Laat je inspireren en motiveren door anderen. Schrijven kan best een eenzame hobby zijn. Toch zijn er genoeg mensen die ook schrijven als je zoekt. Praat erover dat je vastloopt en vraag mensen om samen met jou te brainstormen. Of vraag mensen om je te motiveren om toch door te gaan waar jij eigenlijk wilt stoppen. Zorg dat het mensen zijn die weten wat het is om te schrijven en die jou net dat ene zetje in de rug kunnen geven om toch door te gaan.

Schrijf samen met mensen op dezelfde dag en op dezelfde tijd. Probeer zoveel mogelijk woorden te schrijven in bijvoorbeeld een halfuur tijd. Aan het eind kan je woordaantallen vergelijken. Het liefst wil je winnen, dus dat motiveert mij altijd lekker. Ook kan je laatste zinnen uitwisselen of praten over je verhaal. Wie wil dat nu niet? Op dat soort momenten ben ik soms 1000 woorden verder na een halfuur. Zorg dat je sámen met andere mensen schrijft en groeit.

Uiteindelijk komt het er denk ik op neer dat je het gewoon moet dóén.

Nee, het is niet altijd makkelijk en soms wil je stoppen. Ergens binnenin jezelf moet je de drive en motivatie vinden om toch door te gaan en de writersblock niet te laten winnen. Iets wat ik vooral veel op authortube hoor is dat je schrijven moet behandelen als een baan. Nu is dit nogal een lastig geval, want als je net schrijft en zeker als je jonger bent, moet je vooral veel plezier in schrijven hebben. Je moet jezelf niet teveel druk opleggen, waardoor de lol er vanaf gaat. Maar het is wel zo dat het mij helpt om schrijven te zien als werk. Want tja, uiteindelijk hoop ik er geld mee te verdienen en dus moet ik er moeite en energie in steken om beter te worden.

Ik zie het dan ook zo: als ik een dag niet naar mijn bijbaantje ga, word ik op mijn vingers getikt en als ik vaker niet ga, word ik ontslagen. In essentie geldt hetzelfde voor schrijven. Als ik een aantal weken, maanden of jaren stop met schrijven, komt mijn boek niet af en kan ik het per definitie niet uitgeven. Het helpt mij om mijn motivatie te blijven houden en elke dag te gaan zitten en gewoon te schrijven.

Maar nogmaals, als jij net bezig bent met je eerste verhaal, moet je je daar helemaal niet druk om maken. Je hebt nog tijd zat, je moet het nu vooral voor je lol doen. Dit laatste advies is echt alleen bedoeld voor de mensen die al langer bezig zijn met schrijven en die hopen een boek uit te geven. Het gaat er maar net om wat je hoopt te bereiken. En als jij niets wilt uitgeven en het alleen voor je lol wilt doen, dan is dat ook prima, ook als je al langer bezig bent met schrijven. En wie weet heb je wel iets aan die andere tips.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan gratis onderaan deze pagina. Je ontvangt elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

Critique partners, beta lezers en proeflezers

persoon-op-bank-met-tablet-lezen

Laten we bij het begin beginnen: wie zijn deze al mensen en wanneer kom je hen tegen?

Ik zal er straks nog wat dieper op in gaan, maar al deze mensen zijn in de basis lezers. Het zijn geen lezers die je boek lezen zodra het klaar is om naar de winkels te gaan. Deze lezers helpen je tijdens het herschrijven om je verhaal te verbeteren en aan te passen, zodat jij het best mogelijke verhaal kan schrijven. Als je daar eenmaal bent beland, is dat al een applaus op zich waard. In de vorige blog heb ik al het een en ander over herschrijven uitgelegd. Natuurlijk kan je die blog teruglezen. Deze keer focus ik mij op de hulp die je tijdens dit proces kan inroepen.

Waarom heb je deze mensen nodig?

Zelf geloof ik dat je tijdens het herschrijven altijd hulp van buitenaf moet inroepen. Dat is doodeng, dat begrijp ik, maar ik denk dat je er niet onderuit als je kwaliteit neer wilt zetten. Je kan een ontzettend goede schrijver zijn, maar uiteindelijk worden we allemaal blind voor onze eigen fouten. Misschien denk jij dat een bepaalde scène volledig duidelijk is, maar denken je lezers daar heel anders over. Vergeet niet dat jij al maanden, al dan niet jaren met het idee rondloopt en dus alles weet wat er te weten valt. Je lezers weten dat niet. Ook schrijven we soms stukken die we zelf fantastisch vinden, maar die in werkelijkheid best traag gaan of juist veel te snel. 


En dat is helemaal niet erg. De eerste versie kan je het best zien als jij die het verhaal aan jezelf vertelt. Je maakt letterlijk iets uit niets en daarin maak je ongetwijfeld fouten. Dit is immers de eerste keer is dat je het verhaal volledig vertelt. Tijdens het herschrijven is dat allemaal op te lossen en zoals gezegd niet in je eentje, dus laten we eens naar de termen gaan kijken.

In de Nederlandse schrijversgemeenschap wordt voornamelijk gesproken over het gebruik van proeflezers.

In het Engels bestaat de term ook. Daar betekent het iets anders en wordt het minder vaak gebruikt. Voor nu zal ik de Nederlandse betekenis aanhouden. Eigenlijk is het idee best simpel. Je hebt een verhaal geschreven en de eerste versie is in ieder geval af. Je kan het alvast een eerste keer (of vaker) voor jezelf herschrijven en vervolgens ga je op zoek naar deze proeflezers. 


Je verzamelt wat mensen die jouw verhaal willen lezen en van feedback voorzien.

Meestal zijn dit andere schrijvers, maar het kunnen ook gewoon lezers zijn. Het kan zijn dat het zo goed werkt, dat je er vaste proeflezers aan overhoudt. Meestal is het echter een eenmalige gunst van de proeflezer en zoek je voor elk nieuw boek nieuwe proeflezers. Zelf vind ik het fijn om mijn verhaal zo goed mogelijk aan te leveren aan deze proeflezers. Dit betekent dat ik het verhaal een paar keer zelfstandig heb herschreven. Hierdoor kan ik er de meest waardevolle feedback uithalen. Dit hoeft niet, maar zo vind ik het zelf fijn.

Hoe gaat dit in zijn werk?

Proeflezers kan je overal vinden waar schrijvers zijn. Denk hierbij aan een schrijverssite als Wattpad, sommige Facebook groepen of Instagram. Geef aan dat je proeflezers zoekt, om welk verhaal het gaat en laat mensen reageren. Als je genoeg mensen hebt gevonden, maak je bijvoorbeeld een Google drive document aan waar je iedereen aan toevoegt. Je kan je verhaal ook naar individuele proeflezers mailen, overleg hierover. Als je wilt dat mensen jouw verhaal voor een bepaalde tijd lezen, geef dit dan aan vóórdat je iemand accepteert als proeflezer.

Als je de proeflezers niet kent, houd er dan rekening mee dat sommige mensen het niet afmaken. Ook kan het zijn dat ze het wel afmaken, maar dat je weinig nuttige feedback terugkrijgt. Uiteindelijk blijft het een gunst van proeflezers aan jou. Ze krijgen er niets voor terug, behalve dat ze je verhaal mogen lezen. Wees daarom ook kritisch naar de mensen die je vraagt. Zo zou het bijvoorbeeld mooi zijn als je een groep van vijf proeflezers hebt, waarvan twee of drie mensen op het hele verhaal uitgebreide feedback geven.

De volgende twee termen worden voornamelijk in het Engels veel gebruikt en trekken de groep proeflezers een beetje uit elkaar. Hierdoor krijg je specifiekere groepen. Persoonlijk vind ik dit heel prettig werken, dus ik ben benieuwd wat jullie vinden.

Critique partners zijn echt anders dan proeflezers.

Critique partners zijn áltijd andere schrijvers en weten dus een beetje hoe een verhaal in elkaar hoort te zitten. Waarbij je van proeflezers eenmalig iets vraagt, werk je met een critique partner (als het bevalt) langduriger samen. Het woord zegt het al: je bent elkaars partner. Proeflezers doen een vrijwillige actie voor jou zonder iets terug te verwachten. Je critique partner verwacht wel iets terug, namelijk dat jij feedback geeft op zijn of haar boek. En als je tevreden bent met elkaar, worden dit mogelijk meer boeken. 

Wanneer zet je een critique partner in?

Wanneer je wilt. Zo simpel is het. Proeflezers zet je pas in als je in ieder geval een hele eerste versie hebt. Critique partners kan je ook vragen als je bijvoorbeeld twijfelt over je opening. Daarnaast kan je je critique partner vragen om hetzelfde stuk meerdere keren te lezen. Omdat je elkaars partner bent, wordt er wel van je verwacht dat jij hetzelfde terugdoet. Zadel je critique partner dus niet op met heel veel werk en verwacht dat je niets terug hoeft te doen. Zo werkt het niet. Een voordeel is dat je critique partner waarschijnlijk goede feedback geeft en zijn werk echt afmaakt. Want waarom zou je anders samenwerken?

Zelf heb ik een hele fijne critique partner en ik werk meestal als volgt. Ik schrijf de eerste versie van begin tot eind en laat het even rusten. Daarna probeer ik het zelf te herschrijven tot ik het niet meer weet. Ik vraag mijn critique partner om een paar hoofdstukken te lezen en meestal krijg ik bruikbaar advies. Dit zijn vaak drie of vier hoofdstukken om mij weer op weg te helpen.

Als ik de eerste ronde heb herschreven en de grootste onzin eruit is, stuur ik haar het hele document toe en wacht ik af. Omdat mijn critique partner erg kritisch is, kan dit een paar maanden duren. Persoonlijk merk ik dat de mensen die de beste feedback geven, er vaak ook wat langer over doen (anderhalve maand of langer vaak). Voor mij is het dat waard, omdat ik er kwaliteit voor terug krijg.

Als ik het hele manuscript met feedback terug krijg, lees ik alles door en stel ik vragen over dingen die ik misschien niet begrijp. Daarna pas ik de feedback aan en stuur de hoofdstukken die heel veel zijn veranderd of waarover ik nog steeds twijfel terug voor extra feedback. Meestal zijn dit 1 of 2 hoofdstukken per keer. Dit doe ik tot we het allebei goed vinden. Je kan een critique partner zien als een hele kritische proeflezer die je meerdere keren kan vragen voor meerdere verhalen. In ruil daarvoor help je hem met zijn werk.

Wat is een goede critique partner?

Het liefst wil je iemand hebben die beter schrijft dan jij. Het is niet waarschijnlijk dat dit lukt, omdat je allebei iets aan de samenwerking moet hebben. Het is daarom belangrijk om iemand te vinden die ongeveer even goed is als jij zelf. Misschien heeft hij of zij sterke punten die jij lastig vindt of andersom. Misschien ben jij heel goed in het schrijven van actie en kan je critique partner juist geweldige eindes schrijven. Je moet elkaar aan kunnen vullen en allebei iets te geven hebben.

En tot slot zijn er nog de beta lezers.

Je zoekt deze mensen op dezelfde manier als proeflezers met als grootste verschil dat beta lezers je verhaal lezen zoals een lezer dat zou doen. Ze kijken niet met het oog van een schrijver. Beta lezers bestaan uit jouw doelpubliek. Schrijf je voor kinderen? Zoek kinderen. Schrijf je voor volwassenen? Zoek volwassenen. Schrijf je romantiek? Zoek mensen die normaal romantiek lezen. Je wilt namelijk weten wat jouw doelpubliek van jouw boek vindt. Omdat het Nederlandse begrip van proeflezers zo ontzettend breed is, kan een beta lezer ook een proeflezer zijn.

Je kan beta lezers je hele verhaal in één keer sturen, of in kleine porties van een paar hoofdstukken. Ze zullen geen dingen zien die schrijvers zien, maar voornamelijk kijken of ze het prettig vinden om te lezen. Wat je kan doen is een vragenlijst sturen zodra mensen klaar zijn met een paar hoofdstukken of het hele verhaal. Bijvoorbeeld: wat vond je van het hoofdpersonage? Was het spannend? Hoe was het tempo? Waren bepaalde personages overbodig? En nogmaals, hier in Nederland kunnen proeflezers en beta lezers hetzelfde zijn, maar het hoeft niet.

En dat is in grote lijnen waarvoor je proeflezers, critique partners en beta lezers kunt gebruiken. In Nederland wordt er niet vaak over gesproken, maar zelf ben ik echt overtuigd van het nut van critique partners. Als je een stabiele factor wilt hebben en regelmatig feedback wilt ontvangen, is dat zeker iets om te proberen. Mijn critique partner heb ik trouwens via nanowrimo gevonden, dus ze zijn overal.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan gratis onderaan deze pagina. Je ontvangt elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

Herschrijven

herschrijven-met-rode-pen

Eigenlijk is herschrijven letterlijk wat het woord zegt: je schrijft je verhaal opnieuw in een poging het te verbeteren.

Sommige mensen herschrijven al terwijl ze het verhaal voor de eerste keer aan het schrijven zijn. Dat kan bijvoorbeeld doordat je bij hoofdstuk 12 bent in je eerste versie en vervolgens hoofdstuk 6 aan het herschrijven bent. Voor sommige mensen werkt dit uitstekend. Voor andere mensen geldt dat ze vast komen te zitten in het proces van herschrijven. Ze zien ontzettend veel verbeterpunten en blijven herschrijven in een poging het verhaal te perfectioneren. Hierdoor kan het zijn dat de eerste versie nooit afkomt, waardoor het herschrijven niet heel veel zin heeft.

De eerste versie is niets meer dan de schrijver die het verhaal voor het eerst volledig aan zichzelf vertelt.

Natúúrlijk zit dat vol fouten en plotholes. Daarnaast groei je als schrijver. Als het goed is, ben je aan het einde van je verhaal een betere schrijver dan je aan het begin was. Daardoor zie je de fouten die je hebt gemaakt des te duidelijker. En dit is allemaal goed nieuws. Je verbetert jezelf en leert meer over je verhaal en de personages. Het betekent ook dat de eerste versie imperfect is. Als je gaat herschrijven tijdens het schrijven, zul je dat moeten leren accepteren. Nogmaals, voor sommige mensen kan dit werken, maar voor de meeste mensen is het erg lastig om niet te blijven steken bij die eerste paar hoofdstukken waardoor het verhaal nooit afkomt.

Over het algemeen begin je met herschrijven nadat je eerste versie er volledig staat. Zo pak ik het zelf in ieder geval aan en ik weet dat veel andere mensen dat ook doen.

Wat is de eerste stap? Helemaal niets doen, gek genoeg.

Laat je verhaal met rust, zet het ergens in de kast, focus je op het ontwikkelen van nieuwe ideeën, ontspannen of wat dan ook, zolang het niet met je verhaal te maken heeft. Deze periode is er omdat het je helpt om afstand te nemen van je werk. Hierdoor kan je er met een frisse blik naar kijken. Zelf probeer ik in ieder geval een maand (als het lukt langer) de tijd te nemen om het te laten rusten voor ik herschrijf. Het zal je verbazen hoeveel nieuwe dingen je ziet nadat je er niet meer zo diep in zit.

En dan kom je bij het punt dat je je verhaal er weer bij pakt. Het maakt hierbij niet uit waar je begint. Sommige mensen werken het liefst van pagina 1 naar het eind, terwijl anderen het liefst bij het eind beginnen. Sommige mensen pakken liever eerst de grootste problemen aan, terwijl anderen juist liever eerst kleine dingen oplossen. Zelf vind ik het prettig om van het begin naar het eind te werken omdat dit mij helpt de structuur van het verhaal te blijven zien en plotholes te ontdekken. Kijk vooral wat voor jou werkt.

Tijdens het herschrijven zijn er verschillende niveaus waarop je moet herschrijven.

Ik zal nog een keer een andere blog schrijven waarbij ik er dieper op inga. Voor nu leg ik de niveaus globaal uit.

Op het grootste niveau maak je aanpassingen in de structuur van je verhaal.

Dit is het moment waarop je plotholes uit je verhaal haalt en personages logische acties laat ondernemen. Als je dat wilt, kan je hele hoofdstukken door elkaar gooien. Punten waar je in ieder geval op moet letten zijn je plot (holes), hoofdpersonage, slechterik, al je andere personages en setting. Is de verhaallijn logisch en sluiten alle acties op elkaar aan? Zijn je personages logisch opgebouwd en is hun uiterlijk teveel of te weinig beschreven? Klopt de dialoog die ze hebben met hun karakter, gevoel en onderlinge verhoudingen? Groeien ze en veranderen ze door het boek? Heb je te weinig omgeving beschreven of juist teveel?

Ik ben iemand die het fijn vindt om dit allemaal tegelijk te doen. Ik ga een stuk of twee keer door mijn verhaal heen en bij elke ronde pak ik al deze problemen aan. Toch raad ik dit absoluut niet voor iedereen aan. Voor veel mensen, zeker als het je eerste boek is, is het simpelweg teveel en te overweldigend. In dat geval kan je het ook opsplitsen. Kijk dan eerst naar je plot(holes) en de verhaallijn, bij de volgende ronde kijk je naar je personages inclusief dialoog (of 1 specifiek personage per keer en eventueel de dialoog in een aparte ronde) en daarna naar je setting.

Ik weet dat er mensen zijn die weinig op deze manier herschrijven en applaus als dat je lukt. Naar mijn eigen ervaring kan deze ronde echter niet oppervlakkig blijven. Waarschijnlijk is 1 ronde niet genoeg om alle problemen uit je verhaal te halen. Als het goed is, vinden op dit niveau van herschrijven grote veranderingen in je boek plaats. Dit is het moment waarop je hele scènes verwijdert en toevoegt, het moment waarop personages die niet veel toevoegen de deur uit vliegen. Dit is het moment om echt diep in je verhaal te duiken en de grote structuurproblemen op te lossen.

Ik zal een paar voorbeeldjes van mijzelf geven om het te verduidelijken.

In een Vikingverhaal waar ik nu al een tijd mee bezig ben, las ik tijdens de eerste herschrijfronde mijn eerste hoofdstuk door. Tot mijn schrik was mijn hoofdpersonage een hele scène bezig was met het beschrijven van een boot. De bedoeling was om inzicht te geven in de Noormannen, alleen was het totaal niet interessant. Die scène ging dus weg. Ook wilde mijn hoofdpersonage nooit op rooftocht gaan. Opeens besloot hij om dat toch te doen, zonder dat er een goede reden achter zat. Die reden heb ik toegevoegd, wat vervolgens dus door het hele verhaal verweven moest worden. Tot slot was er een personage dat in de eerste versie de vriend was van de hoofdpersoon. Ik bedacht dat het actie en conflict zou opleveren als ik hem tot een vijand zou maken, wat ook nogal een grote verandering was.

Dit zijn zomaar wat dingen die kunnen veranderen tijdens het herschrijven. Dit leidt bijna altijd automatisch ook tot veranderingen in de dialoog en de beschrijvingen van de setting. Als je één ding verandert, heeft dat vaak door het hele verhaal effect.

Pas nadat je dit allemaal klaar hebt is het tijd om op zinsniveau dingen te veranderen.

Eigenlijk zijn hier nog weer twee verschillende rondes voor. Ik voeg dit altijd samen tijdens het herschrijven, want zo ben ik. Voor deze blog trek ik het wel even uit elkaar. Als eerste is er het zinsniveau. Daarbij kan je jezelf verschillende vragen stellen. Lopen als je zinnen lekker? Zijn ze te lang of juist te kort? Kan je zinnen samenvoegen, uit elkaar trekken, woorden toevoegen of juist verwijderen? Heb je vaak dezelfde constructie? Zelf heb ik bijvoorbeeld de neiging om vaak met het onderwerp en daarna de persoonsvorm te beginnen.

Deze ronde heeft ook meer met alinea’s te maken. Beginnen en eindigen je alinea’s op de juiste plek? Kan je alinea’s samenvoegen of juist splitsen? Beginnen en eindigen je hoofdstukken op een mooie plek met een cliffhanger of juist niet? Mis je misschien nog zinnen ter verduidelijking op bepaalde plekken?

Denk er hierbij aan dat je tijdens de vorige ronde echt bezig bent geweest met het grote plaatje, dus dat het heel goed mogelijk is dat je zinnen of alinea’s niet meer goed lopen door alle veranderingen die je hebt doorgevoerd. Daarom kijk je in deze ronde echt of je taal mooi en passend is. Leest het vlot of juist niet en hoe komt dat? Een aantal van deze dingen kan je ook al doen tijdens de grootste herschrijfronde, maar wees er voorzichtig mee, zeker als herschrijven nieuw voor je is. Zorg dat je geen stappen overslaat.

En dan tot slot, het woordniveau.

Dit is het laatste niveau waarbij je naar individuele woorden kijkt. Klopt je spelling en grammatica? Zijn er bepaalde woorden die je heel veel gebruikt die je uit je verhaal weg kan werken? En geloof mij, iedereen heeft woorden die hij te vaak gebruikt. Als je het zelf niet ziet, kan het helpen om iemand anders te vragen om er eens goed overheen te lezen. Ik ga nog een hele blog maken over hoe je deze lezers kan vinden en waar je ze nog meer voor kan gebruiken, mocht je het interessant vinden. In mijn eerste versies trillen, knikken en slikken mijn personages elke paar regels. Ook maak ik teveel gebruik van het woord maar. De kunst is om uit te vinden welke woorden dit bij jou zijn en ze vervolgens zoveel mogelijk uit je verhaal te filteren. Zelf probeer ik in ieder geval de helft weg te halen.

En dan zijn er nog filterwoorden, waar je in deze ronde ook op kan letten. Dit zijn woorden die het verhaal als het ware filteren door de lens van het personage. Zo kan je bijvoorbeeld zeggen: “ik zie dat het gras groen is” of “het gras is groen”. Via die laatste manier zorg je voor meer actie en snelheid in je verhaal en beleeft je lezer het verhaal meer samen met het personage. Andere filterwoorden zijn bijvoorbeeld horen, voelen, ruiken, besluiten, denken, enzovoorts. Het zijn alle woorden die een afstand creëren tussen de lezer en je personage. Ik ben zeker van mening dat filterwoorden een plek hebben in boeken, maar soms kunnen ze ook gewoon weg. Kijk vooral waar ze overbodig zijn.

En dit was mijn globale uitleg over herschrijven. Ik ben van plan om verschillende onderwerpen uit deze blog later nog een keer helemaal uit te werken en er meer aandacht aan te besteden, dus als dat je interessant lijkt, abonneer je dan zeker gratis op deze blog, dan blijf je op de hoogte als er iets nieuws online komt.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan gratis onderaan deze pagina. Je ontvangt dan elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

Character Agency

persoon-op-mountainbike-in-utah-tijdens-sprong

Wat is character agency in vredesnaam? 

Kort gezegd komt het erop neer dat je een actief personage schrijft. Je personage maakt beslissingen voor zichzelf en handelt vanuit zijn eigen motief. Hierbij is het niet zo dat je personage alle beslissingen zelf moet maken, hierin is de omgeving ook zeker belangrijk. Zorg alleen dat je personage niet alleen wordt voortgedreven door de omgeving. Het is ook niet zo dat alleen je hoofdpersoon agency nodig heeft. Belangrijke andere personages moeten ook zeker keuzes maken voor zichzelf. Dat maakt hen tot echte personen met eigen belangen, wensen en gevoelens.

Omdat dit misschien allemaal een beetje abstract klinkt, heb ik een voorbeeld waaruit je kan opmaken of je personage agency mist.

Vervang het personage door een lamp. Kan je verhaal dan nog steeds bestaan? Natuurlijk wordt het verhaal er apart van, dat is duidelijk. De vraag is of je verhaal in de essentie kan blijven bestaan. Een lamp kan je meesleuren op avontuur zonder om toestemming te vragen. Je kan een lamp kussen zonder dat daar toestemming voor nodig is. Een lamp kan je op elk willekeurig moment aan en uit zetten zonder dat de lamp daar zelf inbreng in heeft. Kortom, jij kan alle keuzes maken voor een lamp zonder dat die daar iets van hoeft te vinden. Een lamp accepteert gewoon alles wat er op hem wordt afgevuurd. 

Vraag jezelf af: maakt dit personage zelf keuzes of worden de keuzes vooral door de omgeving gemaakt? Wordt het personage vooral meegetrokken door anderen zonder echt een eigen mening te hebben? Is het personage proactief of reactief? Als je personage vaak wordt meegetrokken zonder eigen keuzes te maken, het allemaal gewoon laat gebeuren en alles goed vindt… Wel, ik heb slecht nieuws. Je personage is een lamp. En zeker van je hoofdpersonage wil je niet dat het een lamp is. 

Hoe zorg je nu dat je personages wel agency hebben? 

Een goed begin is om ervoor te zorgen dat je personage eigen motieven en ideeën heeft.

Creëer een personage met een eigen mening en wil. Dit betekent níét dat je personage zich overal tegen hoeft te verzetten en het met niemand eens mag zijn. Het betekent wél dat je personage niet blindelings alles doet wat iedereen zegt, dat je personage het niet altijd blindelings met iedereen eens is en zich niet zonder problemen overal heen laat meeslepen. Het personage bestaat niet vanwege het plot, het plot bestaat vanwege het personage. Het personage doet dus geen dingen omdat het plot dat verwacht, maar omdat hij of zij een eigen mening heeft. En nogmaals, dit geldt niet enkel voor je hoofdpersoon. Meerdere personages in je boek zouden agency moeten hebben waardoor ze gaan aanvoelen als echte mensen.

Een ander punt waarop je personage agency krijgt, is door het maken van beslissingen.

Doordat de personages zelf beslissingen maken, bewegen zij het plot voort in plaats dan dat zij voortgeduwd worden door het plot. Ik zal een voorbeeld noemen uit de hungergames. Als de namen van de tributen worden getrokken, kiest Katniss zelf om het plot in actie te zetten door zich op te offeren voor haar zusje. Dat is een voorbeeld van agency. Als Katniss dit niet had gedaan, was er namelijk geen verhaal geweest. Later besluit zij bijvoorbeeld om niet alle regels te volgen. Zo wil zij Rue een begrafenis geven zonder dat dit de bedoeling is. Dit zijn allemaal voorbeelden waarin Katniss het plot voortbeweegt en bepaalt. Het plot is niet datgene wat Katniss voortbeweegt, dat doet ze zelf. Katniss is een meer proactief personage dan een reactief personage. Zij is degene die initiatief neemt en beslissingen maakt om haar eigen leven vorm te geven.

De hungergames laat ook zien dat je personage niet alle keuzes zelf hoeft te maken om agency te hebben. Dat Katniss naar het Capitool wordt gebracht voor de Hungergames, is iets waar zij geen invloed op heeft. Het is haar situatie die dit stuk bepaalt. Dat is prima. Katniss heeft nog steeds agency omdat zij beslissingen maakt over de dingen waar zij wel invloed op heeft. 

Hier hangt mee samen dat je personage zelf het verhaal beïnvloedt in plaats van dat het verhaal hem of haar overkomt.

In de Hungergames wordt dit erg goed gedaan. De keuzes die Katniss maakt, beïnvloeden het verhaal vaak direct, zoals haar keuze om tegen president Snow in te gaan. Op die manier maakt Katniss echt het verhaal. Als zij zich de hungergames zou laten overkomen, zou het na boek 1 klaar zijn. Ze zou netjes alle regels volgen, winnen na Peeta te hebben vermoord en een rustig leven leiden. Dit is precies waarom het zo belangrijk is dat je personages het verhaal beïnvloeden. Je wilt geen situatie waarin je personage keer op keer door anderen uit de problemen moet worden gesleurd. Je personage kan wel keuzes maken, maar er is nog steeds niet echt sprake van agency als je personage zelf het verhaal niet vormgeeft. 

Wat er in zo’n geval bijvoorbeeld kan gebeuren is dat je personage bijvoorbeeld een plan bedenkt, maar het volledig door anderen laat uitvoeren en er eerder als een toeschouwer naar kijkt. Je wilt dat je personage midden in de actie zit en hier zelf aan deelneemt. Ik heb hier in het verleden ook veel fouten in gemaakt. 

En ja, in het verleden heb ik zelf ook verhalen geschreven waarin agency miste.

Zo schreef ik een verhaal over een meisje dat niet in goden geloofde terwijl alle andere mensen dit wel deden. Het was dus een eigen keuze. Als gevolg daarvan werd zij door haar vader als slavin verkocht waardoor het haar dus eerder overkwam dan dat zij die keuze zelf maakte. Haar redding uit deze benarde situatie had ze uiteindelijk vooral aan anderen te danken en niet zozeer aan zichzelf. Hieruit blijkt dat ze het plot wel in gang zette met haar keuze om niet in goden te geloven. Daarna overkwam het verhaal haar vooral. Er gebeurden haar veel dingen en zelf deed ze niet zoveel. Zij maakte wel keuzes, maar deze keuzes beïnvloedden het plot niet echt.

Achteraf zie ik waarom het voor lezers moeilijk is om je in dit personage te verplaatsen en echt met haar mee te leven. Zelf ondernam ze door het hele verhaal geen enkele actie om haar situatie te verbeteren. Daardoor kwam ze erg zwak over en maakte ze geen groei door tijdens het verhaal. Ze was eerder reactief dan proactief. Daarom is het altijd belangrijk om te kijken wat jouw personage doet om het plot vorm te geven. 

Het laatste punt wat ik hier wil benoemen haakt heel erg in op wat er al eerder is gezegd. Je personage zorgt dat het plot in actie wordt gezet en zorgt door woorden en acties dat het plot vooruit blijft gaan.

Een valkuil hier is bijvoorbeeld de uitverkorene. Een externe bron zorgt ervoor dat je personage in het verhaal wordt geslingerd en allerlei krachten van buitenaf zorgen ervoor dat het verhaal doorgaat. Als je iets schrijft in deze trant is het belangrijk om te beseffen wat je personage nu zelf doet om de situatie naar zijn hand te zetten. Verzet hij zich tegen het zijn van de uitverkorene? Zoekt hij zelf een groep vrienden die hem kunnen helpen in deze zoektocht? Bedenkt hij een plan om de slechterik uit te schakelen? Zorg ervoor dat jouw personages het hele plot door keuzes maken die de loop van het verhaal bepalen. Dit kunnen zowel kleine als grote dingen zijn. Worden ze aangevallen door een groep wolven? Vechten ze? Vluchten ze? Wat doen ze met die ene gewonde vriend?

De beslissingen van je personages maken het verhaal. Geef ze daarom altijd kleine en grote beslissingen die ze kunnen maken. Geef ze een mening en een wil om door te gaan. Laat ze niet rustig afwachten tot het plot hen overspoelt, maar laat ze hier zelf keuzes in maken. Op die manier krijgen je personages agency en zijn ze prettig om te lezen.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina. Je ontvangt dan elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

Feedback geven en ontvangen

feedback-graffiti-op-muur

Eerst gaan we het hebben over het geven van feedback.

Stel je voor dat iemand jou vraagt om je eerlijke mening te geven over een verhaal, wat doe je dan?

1. Wees eerlijk.

De persoon in kwestie vraagt om jouw eerlijke mening. Zeg niet dat je het fantastisch vindt als dat niet het geval is. Feedback is namelijk een eerlijke mening en geen complimentenrondje. Aan de andere kant is het ook geen afkraak sessie. Probeer eerlijk te zijn zonder dat je alles de grond in boort of ophemelt. Daar help je namelijk niemand mee.

2. Benoem positieve en minder positieve dingen.

Ook als je een boek fantastisch vindt, zijn er meestal wel een paar dingetjes die je wat minder vindt. Meld dat ook zeker naast alle complimenten die je geeft. Je kan altijd zeggen: het is een klein dingetje, maar ik zag… Ook kleine dingetjes kunnen namelijk verbeterd worden. Dat is uiteindelijk juist beter voor het complete manuscript.

Omgekeerd geldt hetzelfde. Als iemand jouw eerlijke mening vraagt over een verhaal dat je echt heel erg slecht vindt, meld ook positieve dingen. Feedback heeft als bedoeling om iemand te helpen en niet om iemands droom de grond in te trappen. Op school noemden ze altijd de sandwichmethode. Begin met iets positiefs, geef dan verbeterpunten en eindig weer positief. Er zijn altijd positieve dingen te vinden, ook al zijn ze klein.

3. Denk na over het nut van je feedback.

Als een verhaal qua structuur niet goed in elkaar zit, heeft het weinig zin om een dt fout te gaan verbeteren. Als het advies is om de hele paragraaf compleet te verwijderen of aan te passen, wat maken die kleine fouten dan uit? Je kan in dit geval beter in een algemene opmerking zeggen dat je af en toe een dt foutje ziet. De schrijver kan daar uiteindelijk ook nog eens naar kijken als de structuur beter is.

Om hier geldt het omgekeerde weer. Als het manuscript zo goed als af is en je ziet een spelfout, zeker melden. In dit geval ben je al stappen verder en hoeven er geen hele hoofdstukken meer te verdwijnen of bij te komen.

4. Ken jezelf.

Als je een bepaald genre niet leuk vindt, ben je eerder geneigd om vooroordelen te hebben. Communiceer dit. Als iemand mij bijvoorbeeld zou vragen of ik feedback wil geven op een romantisch verhaal, is de kans groot dat ik niet heel positief ga zijn. Waarom? Romantiek is gewoon niet mijn ding. Op zich is het niet erg, maar ik ben niet het beoogde publiek. Als je toch feedback wilt geven, zeg dat de schrijver het met een korreltje zout kan nemen. Het kan namelijk ook positief zijn dat je een andere of meer kritische blik hebt. Meld het zodat de schrijver het voor zichzelf kan bepalen.

Het kan ook zijn dat een bepaald concept je niet ligt, hoewel het genre wel je ding is. Als de schrijver een liefdesdriehoek heeft geschreven en jij haat liefdesdriehoeken, kan je aangeven waarom deze specifieke liefdesdriehoek jou niet trekt. Let erop dat je dit wel onderbouwt. Tegelijkertijd kan je benoemen dat liefdesdriehoeken in het algemeen niet jouw ding zijn, waardoor de schrijver jouw feedback op een goede manier kan afwegen.

5. Feedback is meer dan een mening.

Niets is zo erg als te horen krijgen: “dit hoofdstuk was slecht”. Vervolgens houdt het commentaar daar op. Dat is geen feedback en het helpt ook zeker niet. Feedback bestaat uit meer dan dat. Waarom vond je het slecht? Was het personage niet goed uitgewerkt? Was er te weinig of juist teveel beschrijving? Zat het taalkundig niet goed in elkaar? Voelde je de sfeer niet? Kortom, geef zoveel mogelijk gedetailleerde informatie. Hoe meer details je geeft, hoe groter de kans is dat de ander er daadwerkelijk iets mee kan.

Probeer ook tips te geven voor verbetering. Bijvoorbeeld: ‘In dit hoofdstuk vond ik de personages wat flets overkomen omdat ze weinig emoties hadden. Als er wat meer dialoog toegevoegd zou worden, denk ik dat het al meer tot leven komt. Je kan ook kijken naar show vs. tell.‘ Je bent specifiek in waar volgens jou het probleem ligt. Namelijk dat de emoties van personages niet goed naar voren komen. Daarnaast geef je suggesties voor een oplossing. Je kan bijvoorbeeld ook verwijzen naar een blogpost of filmpje dat het onderwerp uitlegt. Dit is zeker nuttig als de schrijver het principe misschien niet kent.

En dan nu… Het ontvangen van feedback.

Feedback ontvangen kan net zo vervelend zijn als feedback geven. Het moet toch gebeuren als je wilt verbeteren. Stel dat je feedback krijgt omdat je daarnaar hebt gevraagd (of niet), wat doe je dan?

1. Luister naar de feedback of lees het aandachtig door.

Probeer de persoon niet te onderbreken als de feedback persoonlijk wordt gegeven. Als het geschreven feedback is, lees eerst alle feedback door voor je bedenkt waarom iets wel of niet klopt. Adem in en adem uit. Laat de feedback bezinken voor je een reactie geeft op de feedbackgever of voordat je er wel of niet iets mee besluit te doen.

2. Bedenk of je klaar bent voor feedback.

Eigenlijk moet je hier al over nadenken voor je daadwerkelijk feedback vraagt. Ben je bereid om je verhaal aan te passen? Ben je bereid om dingen te horen die je misschien liever niet wilt horen? Is het antwoord nee, misschien moet je dan geen feedback vragen. Misschien ben je er nog niet klaar voor. Vraag alleen feedback als je echt open staat om alles met een eerlijke blik te overwegen.

3. Vraag feedback aan de juiste mensen.

Feedback en complimenten zijn twee hele verschillende dingen. Als je een steuntje in de rug nodig hebt of wat zekerheid, vraag het dan zeker aan je beste vriend of aan je ouders. Wil je opbouwende feedback? Misschien kan je beter iemand anders zoeken. Feedback is niet bedoeld om je volledig af te branden, het is ook niet bedoeld om je de hemel in te prijzen. Het is een mogelijkheid om een beeld te vormen over waar je goed in bent en waar je misschien nog wat minder goed in bent. En je ouders of je beste vriend… De kans is groot dat zij niet al te hard zullen zijn.

4. Alle feedback is waardevol.

Soms krijg je feedback en denk je: wat moet ik hiermee? Voordat je de feedback afwijst, vraag eerst aan degene die de feedback heeft gegeven wat hij of zij er precies mee bedoelde. Waarom zegt hij dit? Ik kan de keren niet tellen dat ik feedback heb gehad die in eerste instantie niet nuttig leek. Nadat we het er samen over hadden gehad, bleek dat de feedback anders bedoeld was dan dat ik het had gelezen. Vraag het altijd na voor je besluit iets af te wijzen. Dat gezegd hebbende, soms zeggen mensen iets wat helemaal geen feedback is. Bijvoorbeeld: ‘Dit hoofdstuk was stom.’ Hier geven ze vervolgens geen uitleg bij. In dat geval kan je het beter negeren, want wat kan je hiermee?

5. Als je iets niet wilt horen, betekent het niet dat het slechte feedback is.

Een voorbeeldje uit mijn eigen schrijven: Op een gegeven moment kreeg ik de feedback van mijn critique partner dat mijn hele laatste hoofdstuk de grootste bullshit ooit was. Het was traag, er gebeurde niets interessants, het leek gehaast en het voegde niets toe aan het verhaal. Ze was erg specifiek en gaf precies aan waar het volgens haar mis ging. Het was alles behalve leuk. Er was volgens haar welgeteld één zin die wel oké was.

Ja, ik ben in een hoekje gaan zitten en heb gehuild. Dat is niet wat ik wilde horen. Ze had mij wel het hele manuscript helpen te verbeteren, dus ik zette het niet aan de kant, maar las het (nadat ik uitgehuild was) opnieuw. En toen ik mijzelf over mijn emotie heen zette, zag ik haar punt. Het was inderdaad niet goed genoeg. Ik heb gezwoegd en geploeterd en het is nu zooooveel beter dan dat het was. Ik ben haar achteraf juist dankbaar. Ik moet er nu niet aan denken dat die eerste versie was blijven staan. De beste feedback is vaak niet leuk om te horen, maar je hebt het nodig als echt wilt verbeteren. Dus nogmaals, probeer ook open te staan voor de dingen die je niet leuk vindt om te horen.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina. Je ontvangt dan elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

De slechterik

mafiabaas-met-pistool-en-sigaret-slechterik-antagonist

Het eerste en naar mijn idee belangrijkste om over na te denken bij een schurk is de motivatie.

Je slechterik is slecht omdat… hij slecht wil zijn? Sorry, maar dat geloof ik niet. Niemand is ‘gewoon’ slecht. Mensen hebben eigen wensen, motivaties, redenen. Wat is de reden dat jouw slechterik doet wat hij doet? Is het begonnen als een manier om mensen te helpen en is dit compleet verkeerd uitgepakt? Heeft hij een trauma opgelopen dat hij koste wat kost recht wil zetten? Is hij beïnvloed door andere personen? Wil hij macht? Geld? Aanzien? Dat zijn zomaar een paar voorbeelden die je slechterik tot zijn of haar daden kunnen zetten.

Ik zal als voorbeeld het boek gebruiken dat ik heb gelezen, Show Stopper. Als je absoluut geen enkele spoiler wilt, moet je deze alinea even overslaan. Silvio is een van de slechteriken in het verhaal. Hij is een man met een moeder uit de hoge klasse en een vader uit de lage klasse. Zijn ouders zijn allebei dood en hij wil koste wat kost bij de hoge klasse horen. Helaas voor hem ziet iedereen hem als uitschot vanwege zijn vader. Wat doet hij om dit te compenseren? Hij vermoordt allemaal mensen uit de lage klasse in de hoop dat mensen uit de hoge klasse hem gaan accepteren. Hij is duidelijk slecht, want hij vermoordt veel mensen. Ik ben het absoluut niet met hem eens, maar ik kan wel begrijpen waarom hij het doet. Hij is niet slecht omdat hij nu eenmaal slecht is, maar omdat hij iets wil bereiken. Hoewel hij het probeert te doen op de meest walgelijke manier mogelijk, heeft hij er op zijn minst een reden voor.

Kortom, zorg ervoor dat je slechterik geen 1-dimensionaal figuur is.

Geef hem een achtergrond en beweegredenen. Zeker als de hoofdpersoon direct de confrontatie aangaat met de slechterik is het een vrij belangrijk personage in het boek. Je slechterik moet dus iets meer inhoud hebben dan “hij is slecht”. Hij moet eruit zien en voelen als een levend persoon met eigen wensen, ideeën en meningen. Dit houdt in dat hij meer doet dan enkel slecht zijn.

Het tweede punt dat ik aan wil kaarten is eigenlijk meer een vraag. Wat is slecht?

Over sommige dingen kunnen we het eens zijn. Als je slechterik overgaat tot babymoord is dat een heel groot voorteken dat hij een verschrikkelijke persoonlijkheid heeft. Dat is oké, want hij is de slechterik. Het kan ook anders zijn. Wat nu als de hoofdpersoon de wereld wil redden door magie terug te brengen op aarde? Tegelijkertijd wil de slechterik ook de wereld redden. Hij ziet echter vooral alle problemen die magie veroorzaakt en wil de magische steen juist vernietigen. Wat maakt de slechterik dan precies slecht? (oke, we houden allemaal van magie, maar laat dat even achterwege) Ben ik slecht als ik zeg dat ik tegen vlees eten ben en jij bent juist voor of andersom? Of hebben wij gewoon een andere mening over wat goed is? 

Een slechterik is een slechterik omdat zijn ideeën, normen en waarden botsen met die van het hoofdpersonage.

Als lezer word je voornamelijk meegetrokken in de denkwereld van dat hoofdpersonage en ben je dus snel geneigd om de slechterik gruwelijk te vinden omdat de hoofdpersoon dat vindt. Het geeft wel hele interessante mogelijkheden om een grijs gebied te verkennen. Wat maakt iemand nu goed of slecht? De denkbeelden van de slechterik kunnen de hoofdpersoon aan het denken zetten over zijn eigen wereld en mening of andersom. Ze kunnen naar elkaar toe groeien of elkaar juist nog meer gaan haten. Dit is zeker geen verplichting voor een goede slechterik. Het zorgt er wel voor dat je eens na kan denken waarom je slechterik precies slecht is.

Het punt dat hier automatisch uit voortvloeit is dat je slechterik tot inkeer kan komen.

In sommige verhalen kan het voorkomen dat de slechterik of de hoofdpersoon zich uiteindelijk bedenkt en besluit om een ander pad te volgen. Persoonlijk vind ik dit een super interessante mogelijkheid. Het biedt veel kansen voor de ontwikkeling van een personage. Er is alleen een punt waarop de mogelijkheid hiertoe stopt en waar sommige schrijvers niet stoppen. Stel dat je slechterik steden heeft platgebrand, volkeren heeft uitgemoord en mensen in slavernij heeft gebracht. Op het eind van het verhaal besluit je slechterik eindelijk dat hij fout zat en komt hij tot inkeer. Allemaal goed en wel, maar dat punt zijn we dan denk ik voorbij.

Het geeft mij altijd een beetje het gevoel van de nazi’s. “Nee, het was niet mijn schuld dat ik duizenden mensen heb vermoord. Ik werd onder druk gezet.” Allemaal leuk en aardig, maar volgens mij was het toch echt jouw hand die het machinegeweer bediende en waren het toch echt jouw handen die de lijken in het massagraf gooiden. Natuurlijk kunnen mensen tot inkeer komen, super! Dat is alleen echt geen reden om die massamoord te vergeven en vredig samen verder te leven. Laat je slechterik alsjeblieft niet zomaar wegkomen met al zijn terreurdaden. In de gevangenis kan hij dan fijn nog veeeeel meer spijt krijgen.

Nu moet ik zeggen dat het natuurlijk wel zo kan zijn dat je slechterik ontsnapt. De politie zit bijvoorbeeld achter hem aan en hij weet net uit hun vingers te glippen. Dat kan een heel interessant einde zijn dat tot het laatste moment voor spanning zorgt. Hier is alleen geen sprake van vergeving en vredig samenleven na alle moorden en martelingen die je slechterik heeft veroorzaakt. Dat zijn twee dingen om heel goed uit elkaar te houden.

De slechterik hoeft niet altijd een persoon te zijn.

Het kan ook een idee zijn of een hele regering. Het kan zelfs zo zijn dat de slechterik of antagonist in je hoofdpersoon verborgen zit. Hij of zij kan een duistere kant hebben of bijvoorbeeld een trauma dat hem of haar tegenwerkt. In deze gevallen kan je het anoniemer houden om de dreiging te vergroten. Je hoofdpersonage moet geen gevecht aangaan met een persoon, maar met een idee, een heel land of met zichzelf. Je kan spanning opbouwen door je lezers niet al te bekend te maken met je slechterik. Wie is bijvoorbeeld diegene die het hele land opzet tegen je hoofdpersoon? Ik blijf van mening dat je als schrijver wel alles moet weten over je slechterik, al is het alleen zodat je jezelf niet tegenspreekt. Je lezer (deels) in het onbekende laten kan best heel goed voor meer spanning zorgen. Het is net voor welk effect je gaat. Er is geen goed of fout.

Zorg er verder voor dat je slechterik daadwerkelijk angstaanjagend is.

Dit kan je bereiken door het het personage zelf, bijvoorbeeld doordat hij absoluut geen geweld schuwt. Het kan ook komen door anderen, bijvoorbeeld doordat hij een heel leger tot zijn beschikking heeft. Hoe dan ook, je hoofdpersoon moet bang voor hem zijn en die angst moet gegrond zijn. We moeten kunnen zien hoe slecht je slechterik is, tot wat hij in staat is zodat hij een echte dreiging vormt. Als de slechterik bij de eerste tegenslag huilend op de grond gaat liggen… tja, dat is niet bepaald een angstaanjagende slechterik.

Ook als jij als schrijver de lezer vertelt dat hij echt gevaarlijk is, wil ik daar graag bewijs voor zien. Heeft hij een baby vermoord? Is hij zijn leger aan het klaarmaken? Simpelweg zeggen “hij is gevaarlijk” is net zoiets als zeggen “hij is slecht” wat niet echt effectief is. Als je slechterik één kind heeft vermoord en je hoofdpersonage heeft tien superkrachten… ja, dan vraag ik mij niet af of je hoofdpersoon het gaat redden en ik geloof ook niet dat hij echt bang is. Natuurlijk gaat de hoofdpersoon winnen. Ik geloof wel dat de slechterik een verschrikkelijk persoon is, maar er is op deze manier weinig spanning. Dus maak die slechterik echt krachtig. En nogmaals, deze kracht hoeft dus niet enkel vanuit de slechterik zelf te komen. Misschien maakt hij gebruik van propaganda, kan hij mensen manipuleren, heeft hij een leger. Kortom, hij moet iets hebben waardoor hij in het voordeel is.

Het kan zijn dat je slechterik erg complex is en dat je wilt dat je lezer de slechterik begrijpt, waardoor hij niet enkel angstaanjagend is.

Het kan zijn dat je hoofdpersoon vooral zichzelf moet bewijzen en er niet echt een duidelijke slechterik is. Dit kan bijvoorbeeld doordat je hoofdpersoon met zichzelf in de knoop zit om wat voor reden dan ook. In die gevallen is dit wat minder recht door zee. In dit geval is er sprake van een bepaalde nuance, die ook in je boek te lezen zal zijn. Dit is niet verkeerd, ik vind dit altijd juist heel erg interessant. De obstakels die je hoofdpersoon in dit geval moet overwinnen, moeten wel zo groot zijn dat het voor de lezer niet zeker is dat hij deze kan overwinnen.

Kortom, je slechterik hoeft niet altijd de typische slechterik te zijn.

Je hoofdpersonage kan ook tegengewerkt worden door omstandigheden of ideeën in plaats van een persoon. Je slechterik kan goede bedoelingen hebben gehad waardoor je hoofdpersoon en de slechterik in het boek heen naar elkaar toegroeien. Sommige boeken hebben soms zelfs helemaal geen echte duidelijke slechterik. En nogmaals, dat is echt goed. Dat kan juist heel interessant zijn. Het is dan des te belangrijker om jouw slechterik door en door te kennen als schrijver. Probeer in ieder geval verder te denken dan het stereotype en maak jouw slechterik tot een uniek karakter, of het nu een persoon is of niet.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook vinden op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina. Je ontvangt dan elke keer een mail zodra ik een nieuwe blog plaats.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over.

Interessante personages

twee-vrouwen-onder-blad-in-regen

Er zijn tegenwoordig veel mensen die zeggen dat je moet schrijven wat je wilt schrijven, maar het is soms praktischer om te schrijven wat je wilt lézen, zeker in dit geval.

Nu vraag je je misschien af of dat niet hetzelfde is. Er zit een belangrijk verschil in, wat vaak het meest naar voren komt in personages.

Soms (niet altijd) willen mensen wish fulfillment schrijven. Dit houdt in dat je je eigen dromen weerspiegelt in het boek dat je schrijft. In de praktijk leidt dit vaak tot het perfecte personage. Knap, gespierd, slim, aardig enzovoort. Dat kan leuk zijn om te schrijven, aangezien je al je dagdromen erin kwijt kan. Is het ook leuk om te lézen? In de meeste gevallen, nee. Sorry.

Als ik lees over een sexy alfaman die spontaan verliefd wordt op het meest schuchtere meisje dat er bestaat, krijg ik de neiging om het boek op de grond te gooien, er op te springen en het daarna ritueel te verbranden.

Oke, dit was lichtelijk overdreven, maar het brengt het punt wel over. Het punt dat ik wil maken is dat ik niet over perfecte mensen wil lezen. Want weet je, mensen zijn niet perfect en ik kan mij niet inleven in iemand die werkelijk niets met mij gemeen heeft.

En nu zeg jij misschien: maar Britt, ze is misschien wel ontzettend knap, slim, aardig en charmant, maar ze heeft het zelf niet door. Ze is zo nederig. Ik heb nieuws voor je, dat is niet nederig. Dat is dom. En het maakt mij zelfs nog chagrijniger op je personage. Ik kon die mensen al niet uitstaan op de middelbare school en ik kan ze net zomin uitstaan in een boek. Ze zijn perfect en hebben alles wat hun hartje begeert. Daarnaast proberen ze bij iedereen complimenten uit te lokken door te verkondigen hoe lelijk ze wel niet zijn. Alsjeblieft, geef jezelf een reality check. En waarom zeg ik dit? Omdat deze personages echt overal zijn.

Je hoofdpersoon gaat op een missie om de wereld te redden en iedereen gelooft dat hij die ene special snowflake is die alle kwaadaardige monsters kan verslaan.

We zijn op pagina 1, mensen. Ik kan niet meeleven met een personage als ik nu al weet dat alles hem toch wel gaat lukken. Ik kan ook niet meeleven met een personage dat zo perfect is dat alles hem of haar met twee vingers in de neus lukt. Zonder moeilijkheden vliegt hij het plot door en hij blijft exact dezelfde perfecte eikel als aan het begin van het boek. En daarbij, je personage wordt er niet per se bijzonderder door. Je monsters en obstakels lijken vooral erg zwak.

Ik wil moeilijkheden zien, verlies, pijn, mislukking en een hoofdpersoon die ondanks alle tegenslagen doorzet en zichzelf verbetert naarmate het boek vordert. Ik wil iemand hebben die zichzelf ontdekt, die groeit en die zichzelf ontwikkelt. En dan bedoel ik niet door middel van een vriendje of superkrachten, maar door middel van doorzettingsvermogen en wilskracht. Dat zorgt ervoor dat ik ga juichen voor een hoofdpersonage.

Niet iedereen gaat juichen voor hetzelfde personage, maar ik denk dat iedereen graag een personage wil zien waarmee we onszelf kunnen identificeren.

En laten we eerlijk zijn, bar weinig mensen identificeren zichzelf met perfecte personages. Stop alsjeblieft die personages te schrijven, ik smeek het. Hoe schrijf je wel een goed en interessant personage? Daar heb ik een paar tips voor.

Zoals eerder genoemd willen mensen graag personages waarmee ze zich kunnen identificeren. En wat is de beste manier om te zorgen dat zoveel mogelijk mensen zich herkennen in jouw personages?

Schrijf een diverse cast!

Natuurlijk zitten er vast een aantal hetero blanke mannen in je verhaal, maar alsjeblieft, laat dat niet je hele cast zijn. De wereld is niet zo saai als dat. Bedenk alleen al dat mannen en vrouwen allebei de helft van de populatie zijn, dus een verhaal waarin het merendeel van de personages mannelijk is of waarin alleen mannen belangrijk zijn, is niet bepaald geloofwaardig, behalve als dat het specifieke doel van je verhaal is. En dat zijn alleen nog maar de mannen en vrouwen. Mensen komen in veel meer gradaties dan dat.

Je hebt dunne mensen, dikke mensen, lange mensen, korte mensen, gespierde mensen, kale mensen of mensen met kroeshaar.

Denk ook aan de huidskleur en dan bedoel ik niet alleen zwart en wit. Er is zoveel wat daar nog tussenin zit. Aziatische mensen, native americans, mensen uit het midden-oosten en ga zo maar door. En met al deze verschillende mensen komen ook allemaal verschillende geloven en overtuigingen. Moslim, atheïst, christen, verwerk voor mijn part het vliegende spaghettimonster erin, maar wees divers. En als je een fantasy schrijft, des te beter, dan heb je de mogelijkheid om hele eigen geloofssystemen op te zetten. En ik gebruik hier bewust het meervoud, want het kan nooit zo zijn dat je hele wereld exact hetzelfde geloof aanhangt. Een land, misschien. Een wereld, absoluut niet.

En natuurlijk is er ook genderdiversiteit.

Homoseksualiteit wordt af en toe wel eens genoemd, maar er is zoveel meer dan dat. Er zijn mensen die aseksueel zijn, die transgender zijn, die genderfluid zijn, die aromantisch zijn en nog veel meer. Zelf ben ik lesbisch en aseksueel, maar er zijn bar weinig boeken die daarover gaan. Liefde draait altijd om zoenen en seks in boeken, maar besef dat er ook mensen zijn die hier niet echt iets mee hebben en die liefde heel anders zien, om maar een voorbeeld te noemen.

En natuurlijk zijn er ook mensen met problemen. Van gebroken armen tot hersenbloedingen tot mensen in een rolstoel. En dat zijn de lichamelijke aspecten. Er zijn verrassend veel mensen die leiden aan depressies, burn-outs, angststoornissen en meer.

Treed uit je eigen comfort zone en probeer andere culturen, overtuigingen, geloven en dergelijke te betrekken in je verhaal.

Natuurlijk hoef je niet elke mogelijkheid die bestaat in je verhaal te proppen, want dat zou ook onmogelijk en ook niet echt realistisch zijn. Maar een homo of een moslim of iemand met een depressie toevoegen zou je verhaal al zoveel interessanter maken. Het trekt ook veel diversere lezers aan. Natuurlijk snap ik dat het niet altijd kan. In middeleeuws Europa kan je moeilijk iemand met een Afrikaanse afkomst plaatsen en als je een fantasywereld hebt zonder technologie is het waarschijnlijk lastig om een man chirurgisch te laten veranderen in een vrouw. Dat betekent niet dat je totaal geen diversiteit in je verhaal kan verwerken. Kijk vooral wat wél werkt in jouw verhaal en zorg voor een mooie diverse lijst personages.

Wat verder soms gebeurt is dat alle aandacht naar de hoofdpersoon gaat.

Praktisch alle andere personages bestaan om die ene persoon te helpen of tegen te werken. Besef dat die personages ook een eigen leven hebben. Ze hebben wensen, behoeften, problemen, hobby’s en relaties. Personages worden zoveel levendiger als ze echt eigenheid hebben. Nu denk je misschien: Britt, mijn personages zijn echt enorm zichzelf. Dit personage is de populaire van de groep en die andere is juist heel onzeker. Oke, denk ik dan, en verder?

Eén of twee karaktereigenschappen zijn niet genoeg om een personage diepgang te geven.

Dat iemand zorgzaam is, betekent niet dat dat zijn enige karaktereigenschap kan zijn. Ik heb ook vrienden die zorgzaam zijn, daarnaast zijn ze grappig, uitbundig, slim, maar ook onzeker. Sommigen komen uit een hele strenge opvoeding, terwijl anderen juist vrij zijn opgevoed. De ene persoon is avontuurlijk, terwijl de ander liever thuis blijft. Het blijven altijd eigen personen met eigen normen, waarden en ideeën. Ook met je beste vrienden heb je wel eens ruzie of onenigheid en hoogstwaarschijnlijk heeft jouw hoofdpersoon dat ook met zijn of haar vrienden.

Kort samengevat probeer ik te zeggen dat ieder personage, hoofdpersonage of niet, zijn eigen unieke zelf is.

Net als echte mensen zijn ook personages in verhalen driedimensionale mensen die meer zijn dan een enkele eigenschap. Ze zijn allemaal anders, qua uiterlijk en qua innerlijk. Dat zorgt voor een interessant verhaal.

Hoe zorg je er nu voor dat je personages divers zijn en dat ze allemaal echt een eigen karakter hebben?

Wat goed kan werken als je er niet uit komt, is het maken van lijstjes.

Wat is de naam? Uiterlijk? Lang? Kort? Dik? Dun? Oogkleur? Blank? Getint? Gespierd? Borsten? En natuurlijk alle andere uiterlijke kenmerken. Kijk vervolgens naar overtuigingen en ideeën. Hieronder vallen geloof, seksualiteit, gender, maar ook normen en waarden. Vervolgens bepaal je belangrijke karaktereigenschappen en dat zijn er als het goed is meer dan één of twee.

Deze lijstjes dwingen je om goed over je personages na te denken en je kan er altijd op teruggrijpen als je iets even niet meer weet. Ook kan je de lijstjes aanvullen tijdens het schrijven. Is de hamster van Leila doodgegaan in hoofdstuk 5? Schrijf het op zodat ze niet in hoofdstuk 7 opeens weer met haar hamster speelt. Op deze manier blijf je consequent en vliegen je personages niet alle kanten op.

Als je nog wat diepgaander wilt kijken, adviseer ik op de MBTI persoonlijkheidstest in te vullen voor je personages.

(Als je op de tekst klikt, word je naar de test geleid)

Beeld je in dat jij je personage bent en antwoord wat zij zouden antwoorden. Op die manier kan je een nog gedetailleerder beeld krijgen over de persoonlijkheid van je personages. Mij helpt dit altijd enorm en het is daarbij een goed naslagwerk voor later in je verhaal.

Voor de een is het bedenken van personages makkelijker dan voor de ander.

Het ligt er een beetje aan of je plotgericht werkt of personagegericht. Ik werk erg personagegericht. Mijn personages bepalen en veranderen het plot in grote mate. Hun ontwikkeling staat voorop. Ook als jij meer bezig bent met het plot, is het altijd belangrijk om te zorgen dat de acties van je personages logisch zijn en dat het diepgaande mensen worden. Als je dit niet hebt, trek je je lezers moeilijker mee in het verhaal.

“Perfecte” personages moet je proberen te vermijden, aangezien ze vooral over kunnen komen als eikels die alles kunnen, alles krijgen en bij wie alles lukt. Geef je personages sterke kanten, maar ook valkuilen en obstakels. Met interessante individuele personages en een diverse cast wordt je hele verhaal gelijk een heel stuk interessanter.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over. Ken je nog mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

Schrijver moodswings

maskers-blijdschap-verdriet-moodswings

Hoe langer ik schrijf, hoe meer ik het idee krijg dat iedere schrijver moodswings kent.

Als jij twijfelt over je schrijfkunsten, vrees niet. Je bent niet alleen! We moeten hier allemaal doorheen en samen overleven we dit. Deze blog is bedoeld om je gerust te stellen en je ervan te verzekeren dat je niet gek wordt. Het is volkomen normaal om moodswings te hebben als schrijver. Dit zijn de symptomen:

1. De wens om je laptop uit het raam te gooien.

2. De neiging om alles wat je de afgelopen tijd hebt geschreven te verwijderen. (alsjeblieft, doe dat niet)

3. Onder de dekens willen kruipen en nooit meer tevoorschijn willen komen.

4. Jezelf vertellen dat je de slechtste schrijver op deze wereld bent.

5. Je afvragen hoe er zoveel poep in je word document terechtgekomen kan zijn. Een maand geleden leek het nog best redelijk.

Vertoon jij een aantal van deze of al deze symptomen? Gefeliciteerd! Je hoort nu officieel bij de club mensen die schrijver moodswings ervaren. Geloof me, je bent zeker niet alleen. Waarschijnlijk hoor je zelf bij de meerderheid van de schrijvers als je dit gevoel herkent. Waarom bestaat deze club? Waarom zijn we allemaal lid geworden? Waar is de uitgang? Hoe komen we hier weg?

Heel veel schrijvers herkennen dit gevoel, inclusief ikzelf.

Je kan dit gevoel krijgen op het moment dat je een geschreven stukje online plaatst. Misschien denk je: oké, nu komen alle negatieve reacties. Ik moet me verstoppen voor het te laat is. Ik moet het onmiddellijk offline halen voor iemand het kan zien.

Misschien herken je dit gevoel als iemand je vraagt of je verhaal goed is. Je denkt misschien: hahaha, nee natuurlijk is het niet goed. Het is een hoop onzin en het zal nooit goed genoeg zijn. Waarom stel je zo’n gemene vraag?

Elke keer als ik een blog online plaats, krijg ik weer een hartverzakking. Bij elk verhaal dat ik mij schrijf, vraag ik mij af of het wel goed genoeg is. Ik vrees soms dat het nooit goed genoeg zal zijn.

Je kan dit gevoel niet altijd van de daken schreeuwen.

Wie is er nog geïnteresseerd om je verhalen te lezen als jij blijft verkondigen hoe slecht het is? Het werkt ook niet om je werk om de paar dagen te verwijderen omdat je je er niet goed over voelt. Dan komt het nooit af. Kortom, je zit vast in een ritme van zelfvertrouwen uitstralen over iets waar je zo ontzettend onzeker over bent. Dat is niet gek of abnormaal.

Elke keer als ik zie dat iemand mijn blog leest, krijg ik een hartverzakking omdat ik mij afvraag wie ik nu helemaal ben om advies te geven.

Is mijn advies überhaupt goed? Had ik dit of dat niet anders moeten verwoorden? Elke keer als er een vraag komt, twijfel ik eeuwen over mijn antwoord omdat… Wie ben ik om advies te geven of om überhaupt te schrijven?

Elke keer stap ik over die angst heen en schrijf ik toch. Iedereen die regelmatig schrijft zet zich elke keer weer over die angst heen. En waarom? Omdat schrijven gewoon heel erg leuk is en angst áltijd een slechte raadgever is. De verhalen die we schrijven komen af en er komen positieve reacties. Het is onbeschrijflijk belangrijk om je aan die reacties vast te houden. Dat is waarvoor je het doet, omdat je andere mensen blij maakt met wat je schrijft, omdat je jezelf uiteindelijk blij maakt met wat je schrijft.

Die stem in ons achterhoofd moeten we het zwijgen opleggen.

Die stem die zegt dat alles prut is en dat je het beter op kan geven. Die stem die zegt dat je nooit een echte schrijver wordt en die stem die werkelijk álles bekritiseert. En toch… Dat is niet helemaal waar.

Want weet je, kritiek hoort erbij.

Het is stom, maar waar. Mensen zullen zeggen dat je verhaal slecht is. Mensen zullen zeggen dat dingen anders moeten. Misschien zijn het mensen op Facebook, misschien zijn het proeflezers of critique partners. Als je ooit een boek uitgeeft, krijg je ongetwijfeld een paar slechte reviews.

Ik ga nu iets heel geks zeggen. Die kritiek is niet per se slecht. Natuurlijk, die ene hater kunnen we overboord gooien, net als je eigen moodswings. Verder kan feedback nuttig zijn. Het doet pijn, maar het helpt om je verhaal naar een hoger niveau te tillen. Geloof het of niet, sommige mensen willen echt helpen.

Het is belangrijk om je eigen destructieve gedachten te scheiden van opbouwende feedback.

Willen je eigen destructieve gedachten dat je een heel hoofdstuk of een heel verhaal verwijdert? Doe het niet! Luister niet! Negeer dat! Want echt, als je een paar weken later naar hetzelfde stuk kijkt, kan het er opeens heel anders uitzien. Delete het vooral niet. Red je eigen verhaal!

Wat kan je doen om jezelf te helpen als je je heel slecht voelt over je werk?

1. Herinner jezelf eraan dat het tijdelijk is.

Er zijn ook momenten dat het een stuk beter lijkt. Misschien klinkt dat voor nu ongeloofwaardig, maar over een maand denk je heel anders. Het zijn niet voor niets moodswings. Je gevoel verandert.

2. Lees geschreven stukken níét terug.

Hele manuscripten worden vermoord op deze manier. Zelfs de mooiste stukken lijken op poep als je ze terug leest op een moment dat jij je slecht voelt over je schrijven. Herschrijven doe je niet voor niets nádat je verhaal klaar is. Geloof me, je verhaal gaat je dankbaar zijn als je het niet terugleest tijdens het schrijven. Misschien redt het zelfs zijn leven.

3. Vraag de mening van iemand anders.

Is het echt zo slecht of denk je dat alleen? Voor hetzelfde geld zegt de ander: super! Gewoon doorgaan! In dat geval weet jij dat het aan je eigen hoofd ligt. Zegt die ander dat je verhaal niet zo goed is? Dan weet je nu tenminste waar het aan ligt en kan je het verbeteren. En ook dat is niet erg, want eerste versies zijn nooit perfect.

4. Een beschreven vel papier kan je verbeteren, een leeg vel papier niet.

Kortom: blijf schrijven. Ook al denk je dat het prut is, verbeteren is altijd een optie. Om je stuk later te kunnen verbeteren, moet er wel iets staan. Het beste kan je wachten met verbeteren totdat je je iets zelfverzekerder voelt.

5. Je krijgt ongetwijfeld ook hele positieve reacties op je verhaal.

Sla die reacties ergens op, schrijf ze uit en kijk ze terug op momenten dat jij je slecht voelt. Die mensen zijn niet voor niets positief geweest over jou verhaal. Een beetje aanmoediging is soms alles wat je nodig hebt.

6. Praat erover met schrijversvrienden.

Er is een grote kans dat je schrijversvrienden je gevoel herkennen als je het hen vertelt. Zoals ik al zei, bijna elke schrijver heeft er volgens mij last van. In ieder geval de schrijvers die ik ken. Praat er samen over, vraag hoe anderen ermee omgaan, roep even heel hard dat je verhaal het slechtste is dat ooit heeft bestaan. Bij schrijversvrienden kan dat. Misschien kan je dat laatste beter niet publiekelijk doen, maar persoonlijk, via whatsapp, messenger of iets anders is het echt oké om het een keer te roepen en steun te krijgen.

7. Het allerbelangrijkste: Het is nórmaal.

Jij hebt er last van, ik heb er last van, iedereen heeft er last van. Als schrijver is het volkomen oké dat jij je zo voelt. Je wordt bekritiseerd over je schrijfwerk en iedereen heeft een mening. Dat is doodeng. Onthoud, we gaan hier allemaal doorheen en je bent niet de enige. Als schrijven makkelijk was, deed iedereen het wel, toch? Als je dit overwint ben je misschien een van de weinigen die daadwerkelijk verhaal afschrijft. Veel mensen beginnen met het schrijven van een boek. Dan komen ze erachter hoe lastig het is en stoppen ze. Dít is een van die dingen die schrijven zo lastig maakt en als je dit overwint, ben je een hele stap dichter bij het afkrijgen van je verhaal.

Dit hoofdstuk is voor iedereen die schrijver moodswings ervaart. Het is echt oké en het is echt normaal. Geef niet op. Samen verslaan we de moodswings.

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen, deze blog liken of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Dat zou ik heel leuk vinden, want ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Instagram en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Misschien schrijf ik er wel een keer een blog over. Ken je nog mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

Show vs. tell

boek-met-piraat-en-schip-komt-tot-leven

Persoonlijk denk ik dat dit een van de belangrijkste en moeilijkste elementen is tijdens het schrijven.

Wanneer moet je show moet gebruiken en wanneer tell? Voordat we die vraag beantwoorden, kijken we eerst wat show en tell precies inhouden. Eigenlijk is de definitie redelijk simpel. Bij show laat je zien dat iets gebeurt terwijl je het bij tell vertelt. In de praktijk is dit vaak wat lastiger. Ik zal dezelfde scene twee keer schrijven. Een keer met show en een keer met tell.

Tell:

Ik had mijn vriend al lang niet meer gezien en was bang toen hij opeens voor mij stond. Ik vroeg me af of wij nog steeds vrienden konden zijn of dat we na al die jaren te ver uit elkaar waren gegroeid. Hij zei niets en bleef afwachtend in de deuropening staan. Mijn angst werd erger.

Show:

Mijn handen trilden en mijn benen voelden als een pudding. Met alle kracht die in mij zat, probeerde ik mijn lichaam tot bedaren te brengen. Het lukte niet. Ik klemde mijn kaken op elkaar en bracht mijn kin omhoog. Ondanks dat voelde ik hoe ik de angst niet veel langer kon verbergen. Het verspreidde zich vanuit mijn buik steeds verder richting mijn keel en mijn ledematen.

Daar stond hij dan, langer en breder dan ik mij herinnerde. De vriend die ik jaren geleden kende was kleiner dan ik en had krullend haar. Nu leek hij als een flat boven mij uit te torenen met zijn kaalgeschoren hoofd. Zijn armen had hij over elkaar gevouwen en zijn gezicht stond strak. Hij was niet langer de jongen die ik kende als mijn vriend. Dit was een complete vreemde voor mij.

Ik wilde weten wat hij dacht, wat hij voelde nu hij mij na al die tijd weer zag. Ik wilde dat hij iets zou zeggen, wat dan ook. Hij bleef stil. De muur die tussen ons in stond, leek met elke seconde te groeien.

Wat valt op?

Het stuk dat is geschreven met tell is een stuk korter.

Dit laat gelijk goed zien wanneer tell handig is, namelijk bij dingen die er niet echt toe doen. Reizen jouw hoofdpersonen een heel stuk over land? Zijn ze drie dagen onderweg zonder dat er iets interessants gebeurt? Dan is tell de beste manier. Zeg bijvoorbeeld: Na drie dagen reizen kwamen ze aan bij de vulkaan.

Op deze manier laat je de lezers weten dat er tijd verstreken is zonder dat je veel zinloze woorden verspilt aan die drie dagen waarin er niets gebeurt. Hetzelfde geldt voor personen of plaatsen. Stel, in hoofdstuk 1 heb je heel uitgebreid een kasteel beschreven en in hoofdstuk 6 komen je personages terug in datzelfde kasteel. In dat geval is het niet nodig om alles opnieuw tot in de details te beschrijven. Je kan simpelweg zeggen dat ze teruggaan naar dat prachtige kasteel. 

Kortom, tell wordt gebruikt om dingen aan je lezer duidelijk te maken die alleen genoemd moeten worden om het verhaal soepel te laten lopen.

Deze dingen zijn niet belangrijk voor het plot zelf. Het is een manier om korte stukjes informatie aan je lezer over te brengen. Zo zorg je ervoor dat de verhaallijn te volgen blijft zonder dat je wegzinkt in een moeras van details.

Dat gezegd hebbende, 95% van de tijd is het belangrijk om tell te vermijden en show toe te passen.

Waarom? Show is een manier om je lezers mee te trekken in het verhaal. Het is een manier om emotie over te brengen en om banden tussen personages te smeden. Je zorgt ervoor dat de lezer een helder beeld heeft van de omgeving en mee kan leven met de personages.

We gaan even terug naar het voorbeeld hierboven. Het eerste stuk met tell geeft minder emotie weer. Natuurlijk wordt er verteld dat de hoofdpersoon bang is. Als lezer voel je die angst niet echt. Wat maakt haar bang? Als ik een lezer ben, wil ik voelen wat de hoofdpersoon voelt, zien wat de hoofdpersoon ziet en meemaken wat de hoofdpersoon meemaakt. Door enkel tell in te zetten, bereik je dat niet.

Als schrijver vertel je mij dat je hoofdpersoon bang is en word ik geacht dat te geloven, ondanks dat ik geen enkel teken van die angst heb gezien. In het tweede voorbeeld zie ik de angst van de hoofdpersoon. Namelijk de trillende handen, de benen die als pudding voelen en een poging om de kaken op elkaar te klemmen.

De belangrijkste regel om gevoel over te brengen is om in je eigen lichaam te kruipen. (Oké, eigenlijk klinkt dit best creepy)

Wat ik daarmee bedoel is dat je je eigen gevoelens moet inzetten. Vecht je hoofdpersoon op leven en dood? Staat hij tegen een veel sterkere tegenstander en is hij doodsbang dat hij het niet overleeft? Probeer op zo’n moment angst op te wekken in je eigen lichaam en kijk wat er gebeurt. Denk terug aan een situatie waarin je zelf bang was of kijk een enge film. Het maakt niet uit wat je doet, zolang je ervoor zorgt dat jij angst voelt. Deze situatie hoeft niet exact hetzelfde te zijn als de hoofdpersoon, zolang de emotie hetzelfde is.

Wat gebeurt er met je lichaam? Trillen je handen? Trekken je billen samen? Versnelt je ademhaling? Word je licht in je hoofd? Spannen alle spieren in je lichaam je aan? Voel deze gevoelens en schrijf ze neer op het papier. (En ja, inderdaad, ik heb net bij mijzelf angst opgewekt) Door het zo op te schrijven, kan de lezer zichzelf veel beter verplaatsen in jouw verhaal. Je hoeft niet eens letterlijk te vertellen dat je hoofdpersoon bang is. Door de reacties van je hoofdpersoon te laten zien, wordt vanzelf duidelijk hoe bang diegene is. Lezers zijn slim genoeg om het vervolgens zelf uit te vogelen.

Stel nu dat je geen emotie wilt tonen, maar een hele grote beschrijving.

Als je wilt dat een lezer het gevoel heeft dat hij zelf in een bepaalde ruimte is, moet je op dezelfde manier te werk gaan. Als je zegt: de hal van het kasteel is heel groot, is dat tell. Wat je in plaats daarvan kan doen, is je de hal inbeelden. Wat zie je? Wat hoor je?

Opnieuw een voorbeeld:

Mijn stem galmt luid door de enorme hal. Het weerkaatst op de muren en komt als een echo naar mij terug. Ik draai een rondje. Mijn ogen zijn niet in staat om de hele ruimte in zich op te nemen. Er is simpelweg teveel voor mijn hersenen om te verwerken. Ik denk terug aan mijn eigen kleine huis en wed dat er minstens tien complete huizen in deze ruimte passen. Mijn blik glijdt omhoog en ik besef dat ik hier wel drie huizen op elkaar zou kunnen zetten. Ik bijt op mijn lip als ik bedenk dat dit een van de vele hallen in het immense gebouw is.

In de tweede versie is de lezer beter in staat om het gebouw in te beelden. Het woord groot betekent namelijk voor iedereen iets anders. Doordat je alles nu meemaakt door de zintuigen van de hoofdpersoon, wordt het levendig. Als schrijver prikkel je de beeldvorming van de lezer. Let er hierbij op dat je niet alleen beschrijft wat iemand ziet. Probeer verschillende zintuigen aan bod te laten komen. Zo is er in dit voorbeeld ook geluid. Daarnaast kan je tast toevoegen door de hoofdpersoon iets aan te laten raken en te beschrijven wat hij voelt. Hetzelfde geldt natuurlijk voor proeven en ruiken.

Samengevat: Het grootste deel van de tijd is het belangrijk om show in je verhaal toe te passen.

Het zorgt ervoor dat de lezer wordt meegetrokken in het verhaal. De lezer kan ervaren wat de hoofdpersoon ervaart. Dit vindt plaats bij beschrijvingen, emoties en op tal van andere vlakken. Kruip hierbij in je eigen lichaam en probeer te verwoorden wat jij ziet, ruikt, voelt, denkt of hoort. Als jij jouw eigen emoties zintuigen goed over kan brengen, voelt de lezer dit. Vermijd zinnen als: het is groot, ze was verdrietig en ik voelde me woedend. Laat het echt zien.

Tell is voornamelijk belangrijk om toe te passen als je een tijdssprong maakt of als je iets wilt vertellen wat niet echt belangrijk is.

Je zegt bijvoorbeeld: De laatste les van de dag leek uren te duren door de monotone stem van de leraar. Dit is beter dan de hele les te laten zien als het niet belangrijk is. Op deze manier weet de lezer wat er is gebeurd en wordt hij niet vermoeid met ellenlange details.

Kortom: ga achter je laptop zitten, kruip in je lichaam en show je verhaal!

Dat was het alweer voor vandaag. Je mag altijd contact met mij opnemen of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Goodreads en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Ken je mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.

De infodump

potlood-met-letters-achterkant

Veel beginnende schrijvers trappen in de valkuil van de infodump.

Het is een makkelijke manier om in één keer veel informatie kwijt te kunnen. Helaas is het ook een manier die voor je lezer niet prettig is. Je geeft bij een infodump te veel niet relevante informatie. Soms kan de informatie wel relevant zijn, alleen niet op dit moment. Zeker beginnende schrijvers hebben vaak het idee dat de lezer gelijk alles moet weten, terwijl dit vaak niet het geval is.

Soms wordt het probleem opgelost door de informatie simpelweg op een andere manier te brengen. Ik zal beginnen met een voorbeeld van een typische infodump die aan het begin van een verhaal kan staan.

Je zult gelijk merken dat het niet prettig leest.

Ik sta voor de spiegel. Ik zie mijn eigen blonde lokken en blauwe ogen. Mijn ogen zijn zo blauw als een heldere, onbewolkte hemel. Mijn grote shirt valt wijd over mijn smalle heupen. Ik lach naar mijzelf en mijn witte tanden komen bloot te liggen. Normaal. Dat ben ik. Misschien een tikkeltje verlegen, wat mij nog onopvallender maakt. Ik heb niet altijd een hele goede concentratie en raak snel afgeleid, zeker als ik iets niet interessant vind. In de klas praat ik niet als het niet nodig is. Ik heb wel genoeg vrienden. Ze heten Kelie, Romy en Anoek. Ook zij zijn rustige meiden, hoewel Romy altijd haar woordje klaar heeft als het moet. In jongens zijn wij eigenlijk niet zo geïnteresseerd. Dat wil zeggen, Romy, Anoek en ik. Kelie is enorm verliefd op Rick, die ook in onze klas zit.

Ik ga naar de havo en heb een N&G pakket met de vakken Natuurkunde, biologie en scheikunde. Natuurkunde vind ik verreweg het moeilijkste vak. Elke keer als de leraar iets uitlegt staar ik voor mij uit. Ik probeer echt wel op te letten, maar ik kan het niet volgen. Meestal klets ik dan een beetje met mijn vriendinnen, tot de leraar zegt dat wij stil moeten zijn. Een groot deel van mijn dag gaat op aan school. Daarnaast houd ik van paardrijden. Meestal rijd ik op mijn lievelingspaard, BonBon, een bruine merrie. Dit doe ik op een manege in de buurt.

Thuis woon ik met mijn ouders en broertje samen. Mijn moeder is 51 jaar, mijn vader is 47 en mijn broertje is tien. Zelf ben ik veertien jaar oud. Mijn moeder is een huismoeder en zorgt voor mijn broertje en mij. Zij is klein en heeft bruin, krullend haar. Ze is een hele lieve vrouw die het beste met iedereen voorheeft. Mijn vader heeft een baan in een groot bedrijf waar hij de financiën bijhoudt. Hij is een kleine man en veel steviger dan mijn moeder. Hij is meestal degene die de straffen uitdeelt als het nodig is. Mijn broertje zit nog op de basisschool en ik zie het als mijn taak om goed voor hem te zorgen, om een goede grote zus te zijn.

Als je tot het eind van het stuk bent gekomen, geef ik je een applaus.

Ik zou zelf namelijk niet graag een boek lezen dat zo begint. Dit hele stuk is volgepropt met informatie die er niet echt toe doet. Verder is alles is uitgelegd in plaats van het te laten zien. Dit verhaal kan je waarschijnlijk ook lezen zonder te weten welk vakkenpakket de hoofdpersoon volgt of hoe oud de vader en moeder zijn. Je hoeft in het begin absoluut niet te weten hoe alle vriendschappen van de hoofdpersoon er precies uit zien.

Er wordt ook informatie genoemd die misschien nuttig is. Als een groot deel van het verhaal zich afspeelt op de manege, is dat waarschijnlijk een belangrijk punt. Hetzelfde geldt voor de opleiding van de hoofdpersoon.

Deze informatie kan ook op een andere manier worden gebracht.

In het vorige voorbeeld werd er voornamelijk uitleg gegeven zonder dat het verhaal vooruit kwam. De informatie is op die manier niet interessant. De kans is groot dat de lezer deze informatie al na een aantal pagina’s weer is vergeten. Ik zal nu opnieuw een voorbeeld geven.

De lezer wordt de scène meer ingetrokken en het plot wordt vooruit geholpen terwijl de belangrijke informatie toch naar voren komt.

Dromerig staar ik uit het raam van het klaslokaal. In mijn hoofd ben ik al op de manege, aan het rijden op mijn prachtige bruine BonBon. De geur van het hooi, het gevoel van het bewegende paard onder mij… Ik voel hoe mijn vingers bijna automatisch naar elkaar toetrekken alsof ik de teugels al vast heb.

‘Linde, weet jij het antwoord toevallig?’ Verschrikt kijk ik op, recht in het gezicht van mijn grijnzende natuurkunde leraar. Vanbinnen vloek ik. Die vervelende man ook altijd, natuurlijk weet hij dat ik het antwoord niet heb. Ik klem mijn kaken op elkaar in frustratie en ik krijg het spontaan warm. ‘

Is het misschien een idee om in het vervolg beter op te letten? Je cijfers voor dit vak zijn al niet al te best.’ Hij trekt zijn wenkbrauwen op en ik kan niet anders dan knikken.

Ik voel de blikken van mijn klasgenoten in mijn rug branden en ik kan wel door de grond zakken. Het gevoel blijft aanhouden, ondanks dat mijn leraar inmiddels weer verder praat. Geruststellend legt Anoek haar hand op mijn schouder.

‘Ik zou ook willen dat de schooldag voorbij was, hoor,’ zegt ze met een knipoog voor ze haar blik weer vooruit richt. Ik probeer hetzelfde te doen, maar na een paar tellen vertrekken mijn hersenen alweer richting de manege.

In het tweede voorbeeld wordt minder informatie in één keer verteld waardoor de lezer het beter in zich op kan nemen.

Daarnaast worden er dingen duidelijk gemaakt door de hoofdpersoon iets te laten doen. Zo zeg ik bijvoorbeeld niet letterlijk dat de hoofdpersoon snel afgeleid en onzeker is. Je ziet het terug doordat zij zich bekeken voelt als de leraar haar aanspreekt en doordat het haar niet lukt om haar gedachten bij de les te houden.

Nu zijn er misschien sommige mensen die zich afvragen of dit wel praktisch is. Niet alle informatie die in het eerste stuk zit, zit namelijk ook in het tweede stuk. In dat geval komen we terug op het punt terug dat ik eerder benoemd heb. Is die informatie wel echt nuttig op dit moment? Misschien komen de andere vriendinnen aan bod als ze pauze hebben of komt het broertje aan bod als de hoofdpersoon en hij een keer ruzie hebben, of… Kortom, uiteindelijk kan alle informatie aan bod komen op een moment waarop het echt nodig is. Dat leest een stuk prettiger.

Een paar tips om ellenlange infodumps (zeker aan het begin van je verhaal) te voorkomen:

1. Is de gegeven informatie belangrijk?

Moeten we echt weten welke kleren jouw hoofdpersonage draagt? Moeten we echt weten hoe de gezinssituatie er tot in detail uitziet? Moeten we echt weten hoe de hele politieke structuur van jouw fantasywereld in elkaar zit? Moeten we echt tot in detail weten hoe jouw fantasywereld is ontstaan? Kortom, is de informatie echt belangrijk voor de lézer? Als schrijver moet je nu eenmaal meer weten dan wat voor de lezer belangrijk is. Probeer niet alle onbelangrijke details aan de lezer op te dringen en focus je op de belangrijkste punten.

2. Denk eraan of de gegeven informatie op dít moment belangrijk is.

Als bepaalde informatie in hoofdstuk 10 belangrijk is, is het praktisch om het ook pas rond hoofdstuk 10 te benoemen. Als je in hoofdstuk 1 een magische walnoot benoemt, die vervolgens 8 hoofdstukken lang negeert en er in hoofdstuk 10 op terugkomt, is iedereen de walnoot waarschijnlijk al lang weer vergeten. Je kan de walnoot waarschijnlijk pas het best in hoofdstuk 9 of 10 introduceren. Op die manier onthouden lezers dit belangrijke detail beter. 

3. Probeer niets uit te leggen.

Uitleg helpt het plot over het algemeen niet vooruit en voor de lezer is het erg lastig om te volgen. Probeer belangrijke informatie in plaats daarvan in het plot te verweven. Als het echt belangrijk is, zou dat moeten lukken. Lukt dat niet, vraag je dan af hoe belangrijk de informatie is voor de lezer. Zeg bijvoorbeeld niet dat je hoofdpersonage snel afgeleid is, maar zet haar ergens neer waar ze afgeleid kan raken. Zeg niet dat ze paardrijden leuk vindt, maar laat haar paardrijden.

Dit was de blog van vandaag alweer. In mijn voorbeeld heb ik een fictie boek gebruikt omdat ik zelf veel fictie schrijf. Het voorkomen van infodumps is ook in waargebeurde verhalen belangrijk. Dan wil je de lezer net zo goed meetrekken in je verhaal. De meeste van mijn tips zijn geschikt voor zowel fictie als non-fictie, zolang het in verhalende vorm is.

Je mag altijd contact met mij opnemen of een reactie achterlaten helemaal onder deze blog. Ik hoor graag wat jullie ervan vinden. Je kan mij ook volgen op Facebook, Goodreads en Wattpad. Wil je op de hoogte blijven van deze blog? Abonneer je dan onderaan deze pagina.

Als je nog vragen hebt over dit onderwerp of over andere onderwerpen, stel ze vooral. Ik bijt niet en wil graag helpen. Ken je mensen die schrijven of graag willen schrijven? Het delen van deze blog wordt erg gewaardeerd.